maandag 17 december 2007

Randstedelijke hoogmoedsverplettering als nare recidive in Haagse Tweede Kamerkringen

Een nieuwe 'Hollanditis'
Het dagblad Het Parool van hedenochtend meldt dat Tweede Kamerlid Boris van der Ham van D66 wil dat minister Ronald Plasterk initiatieven onderneemt om te komen tot een Holland Huis in New York.
Dit ongecultiveerde lid weet kennelijk niet dat een dergelijk instituut ons land op enigerlei, aanvaardbare, wijze dient te vertegenwoordigen en niet alleen de regio Holland. Of is het aan dat kamerlid ontgaan dat er sedert bijna twee eeuwen op dit gehele ondermaanse geen staat met de naam Holland meer existeert. Derhalve is er geen enkele aanleiding om zich te blijven wentelen in hetgeen in de overige regio's van ons land veelal wordt beschouwd als randstedelijke hoogmoedsverplettering. De naam van ons land is (Koninkrijk der) Nederland(en) en dient als zodanig te worden gehandhaafd, zeker door volksvertegenwoordigers, of dat nu iemand uit een splinterpartij is of een ander, die het wellicht ten rechte, doch misschien niet even terecht tot minister heeft gebracht.

Alliteratie: Holland Huis
En we horen al hoe het verweer zal luiden, als het eenmaal ter sprake zou komen daar in het verre Den Haag, hoe de regio denkt, want dat interesseert de hoge heren nu eenmaal in genen dele, behalve als men die gebieden als wingewest verder kan exploiteren. Holland Huis
allitereert zo goed en blijft dus beter hangen. Dat is niet meer dan een uiting van de botte handelsgeest, die zo dikwerf het Haagse in zijn greep houdt.
Wij zien een dergelijk initiatief graag met succes bekroond, maar alleen als de beleidsmakers, en in eerste instantie de Minister in kwestie, zich bewust tonen van hun verantwoordelijkheid ten opzichte van geheel ons land en het daarin wonende volk.
En ter informatie van het éne lid, dat de Kamer eveneens bevolkt: de enige acceptabele naam van ons land, die we hierboven hebben omschreven, luidt in het Engels (The) Netherlands, in het Duits (Die) Niederlande, en in het Frans (Les) Pays Bas. Elke andere benaming is derhalve discriminerend en onder alle omstandigheden abject en verwerpelijk.
_____
Foto: Ronald Plasterk Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

zondag 16 december 2007

Tranentrekkers op de beeldbuis: veel oud nieuws

Beeldbuiskitsch en dito redelijks
In de tweede helft van de kerstmaand december halen de meeste nationale, en vooral niet te vergeten de buitenlandse, televisiestations als vanouds tal van tranentrekkers uit de mottenballen om toch vooral de kijkers een overmaat aan, doorgaans dubieuze, emotie voor te schotelen. Soms bestaat het (al te) vele beeldmateriaal uit speelfilms, die zijn vervaardigd op bekende, en soms ook wel kwalitatief hoogwaardige klassieken, zoals Oliver Twist en A Christmas Carol — beide gebaseerd op verhalen van Charles Dickens (1812-1870). Maar vanzelfsprekend is ook Little Lord Fauntleroy van de partij, naar de roman van de, van oorsprong Amerikaanse, Frances Hodgson-Burnett (1849-1924), die in haar dagen grote bekendheid genoot als toneelschrijfster en auteur van kinderboeken, zoals The Secret Garden. Het verhaal over de kleine lord werd voor het eerst in afleveringen gepubliceerd in het tijdschrift St. Nicholas Magazine in 1885.
En de kerstperiode zou de beeldbuiskersttijd niet zijn als er niet eveneens één of meer van de talrijke Dumas-verfilmingen, zoals De drie musketiers, voor het kijkersnetvlies zou worden opgegraven, en hetzelfde geldt voor sprookjesfilms, gebaseerd op de klassieken van Andersen, de gebroeders Grimm en Ludwig Bechstein. Aangezien die vaak op één van de Duitse netten worden vertoond, verdient het aanbeveling eerst maar eens te kijken van welke origine deze films zijn, aangezien er heel dikwijls sprake is van nasynchronisatie, en dat zorgt snel voor een al te overladen maag. Maar ook moderne sprookjes worden u voorgeschoteld in de vorm van bewegende beelden met en over mensen, die lange tijd — soms wel een halve eeuw — een winkel of restaurant hebben geëxploiteerd en dan net vóór de kerstdagen te horen krijgen dat ze hun zaak snel zullen moeten verlaten. Net voor het einde van de film is er dan toch weer iets waardoor men, hoe dan ook, de toekomst weer met moed, beleid en trouw tegemoet kan zien. Af en toe zit daar wel iets komisch ingebakken, maar heel dikwijls is er alleen sprake van de meest vreselijke gruwelkitsch, die zelfs niet bijdraagt tot enige ontspanning, maar in het gunstigst geval kromtrekkende tenen en wapperende oorlelletjes als gevolg van zoveel ergernis.
Om verder maar niet te veel te zeggen over de films, die als thema de door onverwachte gebeurtenissen onderbroken of definitief bedorven, dan wel eventueel een humoristische wending nemende kerstplannen. Dat kan overigens ook aardige producten opleveren, en dus geldt ook daar: lees even goed waar de film over gaat en blijf kritisch afstandelijk.
Positieve uitzondering per definitie op all eventuele tijdrovende onzin-films vormt Andersens sprookje Het meisje met de zwavelstokjes, in de versie uit 1928 van de Franse filmer Jean Renoir (inderdaad, zoon van de wereldvermaarde schilder). Zie daartoe ons artikel op de site Tempel der Filmkunst, eveneens van zondag 16 december 2007.
____________
Afbeeldingen
1. De Engelse meesterverteller Charles Dickens.
2. De Amerikaanse schrijfster Frances Hodgson-Burnett.
3. De Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen (1805-1875).

vrijdag 7 december 2007

Onderweg naar God komt men rare snuiters tegen

Opgedrongen gemis
Stelt u zich eens voor: twee jonge vriendjes zitten in het bad en vermaken zich daarbij kostelijk. Op een gegeven moment krijgt één van de twee een beetje trek en besluiten ze buitenshuis een appel te plukken. Nauwelijks hebben ze de huisdeur achter zich dichtgedaan of hun aandacht wordt getrokken door een poster die iemand in de nacht op de muur van het huisje had geplakt. Dan verbaast het niemand dat die jonge wezens even verbaasd kijken.
Dat overkwam de beide jonge vrienden het biggetje en de egel. Daar stond te lezen: "Wer Gott nicht kennt, dem fehlt etwas." Toen ze van elkaar hadden vastgesteld dat de ander God niet kende, schrokken ze en besloten ze hem te gaan zoeken.

Onderweg
Alle dieren die de beide vriendjes onderweg zijn tegengekomen, hebben ze de weg naar God gevraagd, maar geen van hen kon ze daarover meer vertellen, totdat ze de vos tegenkwamen, die meldde dat hij wel eens mensen had horen ruzie maken over God. En hij wees naar de Tempelberg en zei dat daar diverse huizen gebouwd waren, maar dat de mensen het niet eens konden worden in welk huis God nu precies woonde. "Als jullie mij vragen is het beter om er niet heen te gaan, die lui daar boven zijn tamelijk getikt."
Big en egeltje waren weliswaar zeer dankbaar voor de raad van de vos, maar ze waren zo nieuwsgierig dat ze de berg toch beklommen, omdat ze simpelweg wilden weten wat hun nu precies ontbrak.
Bovenop de berg stnden enkele enorme huizen, dat ze dachten dat die God wel heel groot moest zijn. Het formaat schrikte de kleine egel wel wat af, maar de big vond dat ze geen half werk konden leveren. Dus stapten ze op het eerste huis af. Daar stond een man met een heel aparte hoed en lange zwarte lokken, die uitlegde dat het bewuste huis een synagoge was, en hij, rabbi, kon dat allemaal precies weten. De beide jonge dieren wilden nu wel heel graag eens met God kennismaken. "Is hij thuis?" Maar de rabbi verklaarde dat ze alleen binnen mochten als ze een Joodse moeder hadden.

Verder zoeken
Toen de beide vrienden beseften dat het met de rabbi en zijn Heer kwaad kersen eten was, omdat God helemaal niet vriendelijk was, doch alleen maar almachtig, begaven ze zich naar het volgende huis. Daar stond een man met een lollig lila kapje op zijn hoofd en een heel apart gewaad tot op de grond. Hij bleek een echte bisschop te zijn, dus moest hij meer kunnen vertellen. Samen met hem gingen ze de kerk binnen, en daar hoorden ze dat zonden met het bloed van Gods eigen zoon werd weggewassen. "Gatsie," riep het egeltje. "Wassen doe je met zeep." Al snel bleek evenzeer uit andere opvallende zaken dat ze
ook daar hun heil niet zouden vinden, en dus vertrokken ze snel weer. Eigenlijk hadden ze niet veel zin meer om ook nog in het
derde huis een kijkje te nemen. Doch om eindelijk aan de weet te komen wat hun onbtbrak,
liepen ze op het derde huis af. Daarvoor stond een men met een volle baard en een doek op zij hoofd gevouwen. Hij leek een beetje op de oma van de egel.
En voor de derde keer stelde de egel de vraag over de weg naar God. Aangezien deze man een mufti was, moest hij het toch wel weten.
"In deze moskee kunnen jullie Allah ontmoeten."Maar om Allah te leren kennen, moeten jullie Moslim worden . . . "
Toen ze eenmaal hadden geluisterd en beseft dat zulks ook vijfendertig keer per week een wasbeurt betekende, leek ze dat niks. Daarop ontstak de mufti in toorn en begon te bulderen over de hel en het eeuwige vuur waarin ze zouden braden. De kleine egel leek het allemaal maar niks, en mede daarom zei hij dat die Mohammed misschien helemaal geen profeet was, maar de mensen gewoon voor de gek gehouden had.
Dat was niet zo slim van de kleine egel, want nu was niemand meer vriendelijk, en kregen ze allerlei onhartelijks naar hun hoofd geslingerd. Snel gingen ze daarom naar de uitgang, maar daar
stonden ook al de rabbi en de bisschop, die hen van godslastering beschuldigden. Ze slaagden er uiteindelijk in weer thuis te komen en daar kwamen ze tot de conclusie dat hun inderdaad al die tijd iets had ontbroken: angst. Zolang ze God niet kenden, was er van angst geen sprake geweest. "Die lui daar op de Tempelberg zijn werkelijk getikt. Ik denk dat die Here God helemaal niet bestaat." En zij concludeerden dat er op dat vreemde plakaat aan hun muur één woord teveel stond.

Leerstuk met prachtige illustraties
Zodra kleine dieren, en in hun navolging kleine en grote mensen, op zoek gaan naar een opperwezen, dat in de meeste landen van de westerse wereld met het begrip God wordt omschreven, komen ze in situaties terecht, die een vreemde draai aan hun dagelijks bestaan blijken te geven, en die hun niet bepaald een verrijking van het bestaan voor ogen voeren, doch alleen dwang, gedram, haat en nijd.
Het boek van Michael Schmidt-Salomon met schitterende tekeningen van Helge Nyncke vormt een leerstuk voor iedereen, van alle leeftijden, die zich niets wil laten wijsmaken. Het heeft in Duitsland vrij veel aandacht gehad, onder meer door deelname van de auteur aan een gespreksronde over de vraag of God nu(wel of niet) bestaat. Het is zo'n fraai, verhelderend en voor jong en oud begrijpelijk, opbouwend werkstuk dat er maar snel een Nederlandse versie moet worden gerealiseerd. De illustraties nemen het grootste deel van het boek in beslag en dus is een vertaling binnen een week geregeld.

Michael Schmidt-Salomon / Helge Nyncke:
Wo bitte geht's zu Gott? fragte das kleine Ferkel — Ein Buch für alle die sich nichts vormachen lassen.
Hardcover, 36 pag., rijk geïllustreerd.
Alibri Verlag, Aschaffenburg.
ISBN 978-3-86569-030-2.
__________
Naschrift 13 juni 2011:
Voor gegevens over de Nederlandse editie zie onze bijdrage van heden.

vrijdag 30 november 2007

Schitterende biografie in een schat aan beelden over Bayreuths Gesamtkünstler Richard Wagner

Rijkdom aan beeldmateriaal
Morgen, 1 december 2007, verschijnt officieel het nieuwe boek van Wagner-specialist Walter Hansen, bedoeld ter herdenking, op 13 februari aanstaande van de 125ste sterfdag van de meester van het Gesamtkunstwerk. Het plaatwerk is echter al twee weken in de boekhandel beschikbaar. Het is een grote, smaakvol uitgevoerde paperback geworden met in totaal 180 afbeeldingen, welke een biografie in een, letterlijk en tevens figuurlijk, ruime verscheidenheid vormen.
Het Duitse begrip Bildband valt bij ons niet adequaat met één woord te omschrijven. Het persbericht meldt het — zeker in deze context zeer passende — begrip van de doorgecomponeerde vorm, die een gehele kosmos biedt: toneelscenes, aanplakbiljetten, handgeschreven mededelingen, partituren en aanverwants, naast portretten van vriend en vijand, sponsors, collega's, geliefden, echtgenotes en van de plaatsen waar het leven van Richard Wagner zich gedurende bijna zeven decennia heeft afgespeeld.

Overzichtelijk geheel
Overigens zijn er naast de bijschriften ook nog korte, verhalende teksten toegevoegd, die weliswaar in principe zijn beperkt tot wezenlijke biografische informatie over deze veelzijdige, aanbeden en evenzeer verguisde kunstenaar en anti-semiet, maar die toch diens wezen als mens en als kunstenaar belichten. Binnen dit boek vindt men echter in kort bestek alles wat nodig is om een overzichtelijk beeld te krijgen van één der meest invloedrijkste componisten uit de muziek- en theatergeschiedenis — en daadoor eveneens voor de cultuurhistorie van die tijd maatgevende figuren — omstreeks de vorige eeuwwisseling.

Walter Hansen: Richard Wagner — Sein Leben in Bildern
174 pag., grote paperback; Originalausgabe
Deutscher Taschenbuch Verlag, München; december 2007
ISBN 978-3-423-34457. Prijs € 15,—.
(Deze prijs is echter alleen geldig in de Duitse Bondsrepubliek, en in Nederland bij Boekhandel Die Weisse Rose, Amsterdam).

donderdag 29 november 2007

CULTUURTEMPEL OPGESPLITST

Ter informatie:
De afgelopen week is deze site Cultuurtempel voorzien van een vijftal afsplitsingen, die ieder voor zich een eigen groot thema uit de cultuur separaat zal behandelen. Respectievelijk zijn dat Tempel der Historie over alle aspecten der geschiedenis, Tempel der Toonkunst over alle facetten van de (vooral klassieke) muziek, Tempel der Letteren over nationale en internationale fenomenen van de literatuur, die zelf als kunst geldt, Tempel der Beeldende Kunsten, over alle elementen van de plastische kunsten, en ten slotte Tempel der Wijsbegeerte, over de vele gezichten van de filosofie van de oudheid tot heden.

Voor de goede orde:
Deze Cultuurtempel blijft gewoon bestaan, en zal de meer algemene toestanden, gebeurtenissen blijven opnemen, voorzover deze niet specifiek thuishoren op één der bovengenoemde, nieuwe sites.

vrijdag 23 november 2007

Jonathan Biss opent het Piano Festival 2008 met een gevarieerd recital op 18 januari

Optreden in Cultuurcentrum De Oosterpoort te Groningen
Op 18 januari opent de jonge Amerikaanse pianist Jonathan Biss het Piano Festival 2008 — waarover later meer in deze kolommen — met in totaal vier composities voor zijn instrument. Twee sonates van Ludwig van Beethoven, één van Franz Schubert, en daartussenin van Arnold Schönberg.
In korte tijd is deze thans 26-jarige musicus erin geslaagd zich te profileren als een veelzijdig solist, voor zowel recitals alsook voor concerten met orkest. Hij heeft een breed repertoire, vanaf de Weense klassieken tot en met twintigste eeuwse grootheden als Leoš Janáček.
Reden genoeg om uit te zien naar een optreden waarin de ooit zo omstreden Schönberg met zijn Sechs kleine Klavierstücke een plaats krijgt tussen de twee reuzen Beethoven en Schubert.
(wordt vervolgd) NB: Op Tempel der Toonkunst, laatste week van december 2007.

dinsdag 20 november 2007

Twee Vermeulen-symfonieën in de nacht van woensdag op donderdag op Radio 6

vermeulen_matthijs_8.jpgIn de nacht van woensdag 21 op donderdag 22 november tussen 02:15 uur en 06:00 uur kunt op Radio 6 in een programma van de Concertzender veel Nederlandse muziek beluisteren. Hier en daar worden de voorgestelde opnamen als historisch gekwalificeerd. Aangezien dat adjectief meer dan één betekenis heeft, moeten we het accepteren zoals het er staat.
Twee symfonieën van Matthijs Vermeulen staan op het programma: tussen 02:15 uur en 03:09 worden vier Nederlandse composities uitgevoerd. Voorafgegaan door de ouverture Cyrano de Bergerac opus 23 (1905) van Johan Wagenaar (1862-1941), zal de Derde Symfonie van Matthijs Vermeulen – Thrène et Péan uit 1921/22 –
leitner_ferdinand.jpgde ether in worden gezonden in een versie door het Residentie Orkest onder leiding van Ferdinand Leitner (1912-1996). Hier gaat het om een uitvoering die ook is te vinden in één van de twee cassettes met elk zes grammofoonplaten, die dat ensemble heeft laten verschijnen – in plaats van het gebruikelijke gedenkschrift – ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van dat muziekgezelschap dat breed uitgemeten is gevierd in 1979.
Later is een groot deel van de daarin opgenomen werken nog eens op een reeks van acht compact discs uitgebracht op het label Olympia, alle, net als de beide cassettes met langspeelplaten, getiteld Het Residentie Orkest – 400 Years of Dutch Music. Het gros van de Nederlandse werken die Radio 6 in de bovengenoemde nacht uitzendt, is afkomstig uit die reeks.
Tussen 05:00 uur en 06:00 uur staan, net als in de tussenliggende uren, ook weer drie werken van vaderlandse muziekscheppende mensen op het programma. Dat laatste uur wordt gestart met Vermeulens Vierde Symfonie, Les Victoires, gereedgekomen in 1941.
vermeulen_matthijs_14a.jpg__________

NB: Zie ook ons artikel over Matthijs Vermeulen en zijn oeuvre, eveneens van heden op deze website.
__________
Foto's: 1. Componist Matthijs Vermeulen 2. Dirigent Ferdinand Leitner.