donderdag 25 december 2008

Vrijdag op BBC 2 —Verfilming van Oscar Wilde's toneelstuk The Importance of Being Ernest

Rolprent uit 2002
Op vrijdag 26 december — vroeg in de middag, tussen 12:50 uur en 14:25 uur — wordt de verfilming — als Brits-Amerikaanse coproductie, geregisserd door Oliver Parker, van The Importance of Being Ernest, in september 1894 in een uitzonderlijk korte periode geschreven door Oscar Wilde (1854-1900) — thans door BBC Two-television opnieuw uitgezonden, hetgeen op 3 januari 2007 met dit in filmbeelden vertaalde toneelstuk van de grootmeester van het Britse fin de siècle-drama reeds eerder was gebeurd, evenals door enkele televisie-zendgemachtigden op het vasteland. De hoofdrollen hierin worden vertolkt door Rupert Everett, Colin Firth en Reese Witherspoon.
Een heel uitgebreid artikel over deze materie heb ik — imiddels bijna twee jaar geleden — op 2 januari 2007, gepubliceerd op het Nederlandse specialistische fin de siècle-weblog All art is quite useless van Rond1900.nl
__________
Foto: Colin Firth tijdens the IFFA Awards in Yorkshire 2007.

Kerstwensen van Arte-televisie bederven kijkgenot

Nodeloos en nutteloos
Het ARTE-logo linksboven in beeld tijdens de uitzendingen van deze Frans-Duitse televisie-instantie — een voor de toeschouwer volstrekt overbodige toevoeging aan datgene wat op het scherm wordt geboden, maar voor de zender, in verband met rechten een eventueel noodzakelijk kwaad — was gisteravond extra groot door de volstrekt overbodige toevoeging van tierlantijntjes die daar waarachtige kerstversieringen moesten impliceren. Alsof de bovengemelde toevoeging bij het op zich reeds ongewenste logo niet al meer dan erg genoeg was, werden af en toe ook nog de woorden Frohes Fest toegevoegd. Hoeveel hersenloosheid en smakeloosheid — maar erger nog: volstrekt gebrek aan inzicht, en kennelijk een totale aanwezigheid aan vertrouwen in de eigen keus — spreken uit deze nodeloze, nutteloze en — wat veel pijnlijker is: — onbedaarlijke stompzinnigheid.

Feestvreugde
De feesvreugde van het op het huiskamerscherm veelzijdige en van hoge kwaliteit gebodene was een lust voor oog en oor, alsmede voor het eigen vermogen om grote kunst te ondergaan in de literataire hoogstand welke Pierre de Beaumarchais in La folle journée ou Le mariage de Figaro heeft neergelegd en in het daaruit voortvloeiende, sublieme spel van de leden van de Comédie Française. Deze positieve en in tal van opzichten constructieve elementen van dit onderdeel van het kerstprogramma van ARTE had onaangetast dienen te blijven. Zulke volstrekt onpersoonlijke, elektronische boodschappen doen slechts afbreuk aan het niveau dat een cultuurzender wordt geacht te (re)presenteren. Er is dan ook niet de geringste aanleiding om af te dalen naar de meer dan afstotende laagte die allerlei commerciële zendgemachtigden voor hun kritiekloze aanhang in petto hebben.

donderdag 18 december 2008

Arte-documentaire over een relatief stille, maar gestadig doorwerkende revolutie: biseksualiteit

Arte-televisie
Op donderdag 18 december zendt Arte-televisie, tussen 22:25 uur en 23:25 uur een documentaire uit over het fenomeen biseksualiteit. Daarin zijn verhalen te beluisteren die mensen met deze instelling vertellen aan documentairemakers Laure Michel en Eric Wastiaux. Deze rolprent stamt uit Frankrijk en is dit jaar gereed gekomen. De film heeft een duur van 56 minuten, en zal worden uitgezonden in HD-kwaliteit op het formaat 16:9.
Op zaterdag 20 december zal deze documentaire worden herhaald om 00:15 uur.

Keuzevrijheid

In het betoog dat de Amerikaanse seksuoloog Fred Klein in zijn boek over het fenomeen Biseksualiteit heeft gehouden, stelt hij dat dit de enige waarachtige seksuele keuze is, die een mens heeft. Homoseksuele en heteroseksuele oriëntatie liggen genetisch vast, maar voor een leven als biseksueel kun je kiezen. Weer een andere wetenschappelijke stem, die nog wel eens vanwege haar opvattingen is gehoond — die van Iteke Weeda — meldde alweer twee decennia geleden al dat die eenzijdige seksuele oriëntatie meer en meer zal vervagen, en aan die stelling werd de verwchting gekoppeld dat in het midden van de eenentwinttigste eeuw het gros van de dan in de bloei van hun leven verkerende mensen biseksueel georiënteerd zal zijn.
Gezien de ontwikkelingen die de laatste decennia, vooral na de Grote Seksuele Revolutie, eind jaren zestig, die onderdeel vormde van — dan wel gelijk opging met — een algeheel maatschappelijke revolutie in de westerse wereld, is die stelling van mevrouw Weeda zo dwaas nog niet. Immers, die biseksuele revolutie is er een van volkomen ander kaliber dan de voorafgaande algemene in de jaren zestig: de huidige verloopt veel rustiger en langs lijnen van geleidelijkheid.
Het waren volgens insiders veel meer de avantgarde kunstenaars, die zich openbaarden als biseksueel: zangers, dansers, filmers, schrijvers en modeontwerpers. Doch dat gebeurde vooralsnog alleen maar in de grote centra van het oude continent en in steden met welhaast een status aparte op het punt van de seksualiteit: Parijs en Berlijn, New York, San Francisco en Montreal. Vooral door het feit dat dergelijke figuren doorgaans in het middelpunt van de belangstelling staan, kan de bekentenis van zulke pioniers een doorslaggevende betekenis hebben voor tal van twijfelaars en weifelaars.

zaterdag 13 december 2008

Cork — Forest in a bottle — 14 december, BBC Two

De voor verleden week dinsdag reeds aangekondigde documentaire in de BBC-reeks Natural world, over het verschijnsel kurk, zal op zondag 14 december op de zender BBC Two — tussen 20:10 uur en 21:00 uur (middeneuropese tijd) — als Cork — Forest in a bottle worden uitgezonden.
Meer daarover in een artikel geplaatst op maandag 8 december op onze zustersite Tempel der Natuur, en voorzien van de titel Een stukje bos als afsluiter van fles of kruik.

woensdag 10 december 2008

Drie filmreportages met het thema stad in steeds een andere context — donderdag 11 december

Verhuizen naar een stad
BBC Two zendt op donderdagavond 11 december — tussen 20:30 uur en 21:00 uur — de laatste aflevering van een zesdelige reportageserie uit die de overkoepelende titel draagt James May's 20th Century. Die presentator toont in dat relatief korte bestek ontwikkelingen die allemaal in de twintigste eeuw hebben plaatsgegrepen, waardoor de wereld zeer ingrijpend is veranderd. James May (geboren in 1963) vloog voor deze serie rond de wereld in een Eurofghter Typhoon met 1320 mijl per uur, tweemaal de snelheid van het geluid.
De slotaflevering van de reeks heeft als titel Big city, bright lights, en heeft verhuizen als thema. Iedere dag verhuizen er zo'n 180.000 mensen naar een stad, ergens op deze ondermaanse planeet.

Vergeten stad
VPRO's programmareeks Holland Doc biedt dezelfde avond via Nederland 2 — tussen 22:55 uur en 23:55 uur — de reportage De verloren stad. Hierin vragen de inwoners van een Balkan-stad zich af wanneer er een eind aan de oorlog zal komen. Hoe moet men overleven in een stad die van wederopbouw is uitgesloten? Wat zijn het voor mensen die in een dergelijke stad wonen en wat is hun motivatie om er te blijven onder de gegeven omstandigheden? Humor en cynisme begeleidden de beelden die in deze reportage een indringend verhaal vertellen.

Wet en onregelmatigheden
De derde reportage die zich met het fenomeen stad bezighoudt — en in dit geval zelfs met twee steden: Philadelphia en Johannesburg —, is weer van een geheel ander kaliber. De reportage wordt via BBC Two uitgezonden in de nacht van donderdag 11 december op vrijdag 12 december, tussen 00:20 uur en 01:20 uur onze tijd. Het betreft de laatste van twee afleveringen die zijn gerealiseerd door Louis Theroux onder de titel Law and disorder en brengt de enorme criminaliteit in kaart welke juist in die beide genoemde steden welig tiert.
____________
Afbeeldingen
1. BBC-presentator James May.
2. Wolkenkrabbers in het zakencentrum van Johannesburg.
3. Independence Hall in Philadelphia (Pennsylvania, USA).

vrijdag 5 december 2008

Driemaal Sinterklaasavond op GeschiedenisTV — Heilige of Boeman? en Op zoek naar de echte

Reportage uit 1963
Het Nederlandse, digitale kanaal GeschiedenisTV presenteert aan de vooravond van de werkelijke verjaardag: 6 december, van Nikolaas, de voormalige bisschop van Myra — waar zijn basiliek vandaag de dag nog te bezichtigen is —, die de naam Nikolaas droeg, een reportage uit die in 1963 door de Avro werd gemaakt, Heilige of Boeman? over het Sinterklaasfeest in Nederland. De presentatie wordt verzorgd door Berthe Beydals. Adelheid van der Most en Ger Roos, toen in ons land prominenten in de televisiewereld, tekenen voor de regie.
In het drie kwartier durende programma — dat zal worden uitgezonden tussen 21:58 uur en 22:45 uur — wordt een poging ondernomen om de betekenis te achterhalen van dit feest voor zowel kinderen als volwassenen. Er zal eveneens aandacht worden besteed aan zijn 'land van herkomst' en verder wordt bekeken hoe zijn verjaardag wordt gevierd.

Compilatie
In aansluiting op die reportage volgt, tussen 22:45 uur en 23:06 uur, een compilatie van zogeheten grappige oude en/of nieuwere fragmenten over de in Nederland zo zeer vereerde goedheiligman Sinterklaas.
Het feit dat er niet zelden aan die 'heiligheid' is getwijfeld, weerhoudt jong noch oud ervan op enigerlei wijze deel te nemen in de festiviteiten op en om de naamdag van de bisschop die in 342 of 352 werd geboren.

De echte?
Vijfentwintig jaar na de eerste reportage ging cabaretdeskundige Wim Ibo op zoek naar de oorsprong van Sint Nikolaas. In Van Hagios Nikolaos tot Santa Claus onderneemt hij een speurtocht van Turkije, via Zuid-Italië en Amsterdam naar de Verenigde Staten, waar de verkitsching van de persoon als kerstman tot de meest extreme vormen van degeneratie van dit fenomeen behoort.
Deze documentaire zal, eveneens op GeschiedenisTV, worden uitgezonden tussen 23:06 uur en 23:56 uur, en dan is de sinterfeestdag voorlopig ook wel weer verleden tijd.
____________
Afbeeldingen:
1. Heiliger Nikolaus, Oberammergau. Hinterglasmalerei, midden 19de eeuw. Heimatmuseum Oberammergau. Voor meer afbeeldingen van deze volkskunst: zie het artikel op onze zustersite Bijzondere Boeken.
2. De heilge Nikolaas. Icoon in het Sinaïklooster.
3. Sinterklaas, de kindervriend.
4. Sinterklaas op de Dam in Amsterdam.

maandag 1 december 2008

Atlantropa — Fantasie over een nieuw continent

Megalomaan project
De regionale Duitse televisiezender Westdeutscher Rundfunk (WDR) presenteert, direct na middernacht, de één uur durende documentaire van Michael Morales en Harald Rause, getiteld Atlantropa over de 'fantasie' van een Duitse architet, welke had, dan wel zou, moeten leiden tot het samenvoegen van twee continenten.
Het is inmiddels alweer acht decennia geleden dat Hermann Sörgel (1885-1952) een plan heeft ontworpen voor een enorme stuwdam in de Straat van Gibraltar, om daarmee de Middellandse Zee van de Atlantische Oceaan te scheiden. Op die manier meende hij er goed aan te doen nieuw land te winnen dat Europa en Afrika zou verbinden, waardoor het laatstgenoemde continent directer aansluiting bij Europa zou kunnen vinden, hetgeen in tal van opzichten de progressie in de ontwikkeling van dat werelddeel zou kunnen bevorderen. Tegenwoordig wordt wel gedacht dat dit de voedseltekorten in Afrika zou kunnen (doen) verminderen.
Michael Morales, de regisseur van de documentaire Atlantropa, heeft een jaar lang, in de voetsporen van Sörgel, door Europa gereisd. Hij is er met behulp van gespeelde filmscènes en animatie in geslaagd de ruim een halve eeuw oude plannen van Sörgel voor de televisiekijker aanschouwelijk te maken, ook de megalomane proporties daarvan. Toch heeft Sörgel tal van partijen in binnen- en buiteland niet alleen weten te interesseren voor zijn plannen, maar instemming van de meesten van hen weten te krijgen.

zaterdag 29 november 2008

Thema-avond Mogadischu op het eerste Duitse net — speelfilm; gespreksronde; documentaire en boek

Traumatische gebeurtenissen
Hoewel de gebeurtenissen meer dan drie decennia achter ons liggen, zal de gebeurtenis — die onder de Somalische plaatsnaam Mogadischu bekend gebleven is — tal van betrokkenen niet alleen vers in het geheugen liggen, maar voor diverse van degenen, die binnen dat grote drama in de meest precaire situaties hebben verkeerd, nog altijd de sporen van het trauma van die dagen — van 13 tot en met 18 oktober 1977 — met zich meeslepen. Voor de jongeren zal het begrip in de meeste gevallen niet meer dan een plaatsnaam zijn of een link naar een terroristische gebeurtenis van anno toen leggen, doch niet of nauwelijks meer.


Wat er precies gebeurde op 18 oktober 1977 op het vliegveld van Mogadischu, is te zien in de gedramatiseerde filmversie die op zondag 30 november, vanaf 20:15 uur door het eerste Duitse publieke televisienet zal worden uitgezonden.
De recentelijk gereedgekomen film van Roland Suso Richter wordt als politiek drama, gebaseerd op feiten, gepresenteerd. In de film worden de belangrijkste rollen gespeeld door Thomas Kretschmann, Nadja Uhl en Said Taghmaoul.

Aansluitende programma's
Doch daarbij blijft het niet, want in aansluiting daarop, tussen 22:00 uur en 22:45 uur, zal — in het zondagse, doorgaans maatschappelijk-politieke discussieprogramma van Anne Will met een beperkt aantal gasten — over de film en de gebeurtenissen van 1977 worden nagepraat.
Direct daarna, tussen 22:45 uur en 23:30 uur, volgt tot besluit van de thema-avond, een documentaire van Maurice Philip Remy over de actie van de vier Palestijnse terroristen in 1977: Mogadischu — Die Dokumentation. Daarin komen getuigen van toen aan het woord en worden die achtergronden nader belicht welke tot de daad hebben geleid.

Cesuur

De gebeurtenissen die zijn voorafgegaan aan de kaping van de Lufthansa-machine Landshut speelden zich niet alleen op diverse niveaus in de samenleving — en als reactie daarop in de Westduitse nationale politiek — maar eveneens op meerdere plaatsen tegelijk. De Duitse werkgeversvoorzitter Hanns Martin Schleyer was ontvoer door leden van de Rote Armee Fraktion — die door de meerderheid van de Duitse en overige West-Europese bevolking als terroristen werden beschouwd —, die hoopten èn verwachtten, daarmee de regering van de Bondsrepubliek zodanig onderdruk te zetten dat de in de gevangenis van Stammheim opgesloten medestrijders van de RAF vrij te krijgen. Spoedoverleg op het hoogste niveau heeft er echter toe geleid dat de Duitse Bondskanselier Helmut Schmidt met de mededeling kwam dat men niet zou toegeven aan deze extremistische chantage.


Dat leidde ertoe dat de Landshut, die op een vliegveld bij München stond en met de 82 passagiers en hetdoor terreur uitgedunde boordpersoneel een ware odyssee te wachten stond. Via Mallorca en Rome, Cyprus en Bahrein, Doebai en Aden landde het toestel uiteindelijk in Mogadischu. Toen alle gegijzelden — de 82 passagiers en nog vier overgebleven bemanningsleden — 105 uur achtereen in het toestel zaten en de totale uitputting, zo niet erger, nabij waren, bestormde een speciale eenheid van de Bundesgrenzschutz GSG9 de machine en zo werden de slachtoffers uiteindelijk bevrijd uit handen van de Palestijnse terroristen.

Nieuwere inzichten
Tot voor kort ging men er in kringen van politie, justitie, politiek en andere betrokken instanties van uit dat de ontvoering van de Landshut vooral in connectie met het toenmalige politieke terrorisme in Duitsland stond, maar in het bij de film behorende boek, dat als offizielles Begleitbuch geldt, komt auteur Timo Kortner met een reeks nieuwe gegevens, die aantonen dat internationale verwikkelingen een rol hebben gespeeld bij deze aanslag. Voorts richt hij de blik op het lot van de zo intens getraumatiseerde passagiers en bemanningsleden van de gekaapte machine.
Dat boek verschijnt officieel in januari 2009, maar is op de dag van de thema-avond in de boekhandel verkrijgbaar.
__________
Timo Kortner: Mogadischu —
Das Entführungsdrama der Landshut
Das Begleitbuch zum Film »Mogadischu«
272 pag., paperback; met
14 foto's in apart katern
Knaur Taschenbuch Verlag, München, januari 2009
ISBN 978-3-426-781913
____________
Afbeeldingen
1. Nadja Uhl in de rol van stewardess in de gekaapte Landshut, en Thomas Kretschmann als piloot — in de speelfilmversie.
2. Zo stond het toestel op de landingsbaan van Mogadischu op 18 oktober 1977.
3. Voorzijde van de KNAUR-paperback Mogadischu, die eveneens op 30 november verkrijgbaar zal zijn.

dinsdag 11 november 2008

Portret van schrijver John le Carré op Arte-tv

Herhaling van zondag
De Frans-Duitse cultuurzender Arte-televisie zal in de nacht van dinsdag 11 op woensdag 12 november — tussen 00:55 uur en 02:20 uur — een herhaling presenteren van de film König der Spione over de Engelse schrijver John le Carré, wiens werkelijke naam David John Moore Cornwell is, en die werd geboren in 1931 te Poole in Dorset. Lange tijd was hij in dienst van 'Her Majesty's Secret Service' en gedurende die 'diensttijd' als spion was hij onder meer werkzaam in de Bondsrepubliek Duitseland. En daarover gaat, althans min of meer, zijn roman A small town in Germany, die — evenals bijna, zo niet alle van zijn thrillers — werd verfilmd. Wereldfaam heeft hij echter verworven met The spy who came in from the cold, voor het eerst verschenen in 1963. Daarmee heeft John le Carré niet alleen laten zien dat hij op voortreffelijke, tevens literair verantwoorde, wijze een roman vol intensiteit en spanning kon componeren, maar dat het daarin gedocumenteerde een historisch inzicht verschaft met betrekking tot de interactie van de protagonisten in de Koude Oorlog. De filmversie uit 1965 van regisseur Martin Ritt — met onder anderen Richard Burton, Claire Bloom, Oskar Werner, en de Nederlandse acteur Henk Molenberg als marechaussee bij de pascontrole op Schiphol — heeft die populariteit van de auteur enorm ondersteund.
Zijn manier van schrijven is niet zelden beschouwd als een vorm van zich afzetten tegen de heroïsche spionageverhalen over uitermate ongeloofwaardige gebeurtenissen en bovenmenselijke krachten, die vooral Ian Fleming aan zijn figuur James Bond heeft toegedicht. Niets groots, 'soapciety'-achtigs en anderszins nodeloos 'indrukwekkends', is er te vinden in de personages die John le Carré schetst. En dat zorgt er onder meer voor dat de toestanden en gebeurtenissen in diens boeken — en in de verfilmingen daarvan — een zoveel realistischer en daarmee tevens zoveel aanvaardbaarder indruk maken.
De film uit 2008, met een lengte van anderhalf uur, zal worden uitgezonden in HD-kwaliteit op het formaat 16:9. Twee regisseurs tekenen voor deze rolprent: André Schäfer en Werner Köhne.
Voor wie het tijdstip in de nacht van dinsdag op woensdag niet zo goed valt, is er nog een herkansing: een herhaling zal worden gerealiseerd op maandag 17 november aanstaande, 's ochtends om 09:55 uur.

zaterdag 8 november 2008

Vera Mary Brittain — een vrouw in oorlog en liefde

BBC One
Op zondag 9 november, — 's avonds vroeg, tussen 18:45 uur en 19:45 uur onze tijd — presenteert de Britse televisiezender BBC One de tv-film: Vera Brittain, a woman at war. Het betreft een biografische film met de belevenissen van de Engelse schrijfster Vera Brittain (1893-1970), die tevens naam heeft gemaakt als feministe en pacifiste.
Het feit dat dezer dagen de negentigste verjaring van het einde van de Eerste Wereldoorlog in Engeland plechtig en uitbundig wordt gevierd, zal mede aanleiding zijn dat deze film — die dit jaar werd gerealiseerd — op dit, hopelijk met het oog op de jongeren, vroege tijdstip zal worden uitgezonden.
Tijdens die zogeheten Grote Oorlog, welke op het continent werd uitgevochten, heeft Vera Britain zich vrijwillig gemeld om dienst te doen als verpleegster. De diverse toestanden en gebeurtenissen aldaar heeft ze vastgelegd in haar boek Testament of Youth, dat in 1933 voor het eerst is verschenen, en dat ik in 1968 in het Groningse filiaal van Boekhandel De Slegte voor de ongelooflijke somma van tien cent heb kunnen kopen in een paperback-editie, die men aldaar als ramsjpartij voor een gulden kennelijk — in Nederland — niet meer aan de straatstenen heeft kunnen slijten. Gelukkig is er in de jaren negentig van de vorige eeuw alsnog een BBC-televisieserie naar de inhoud van dat intens menselijke document gerealiseerd.

(wordt vervolgd)
____________
Afbeeldingen
1. Schrijfster Vera Brittain.
2. De paperback-editie die ik in 1968 bij De Slegte heb gekocht voor tien cent. (Vijftien boeken uit de vele verschillende opruimingsstapels kostten samen één gulden.)

zaterdag 1 november 2008

Dickens' Little Dorrit — Herhaling van de eerste delen via BBC One en twee nieuwe afleveringen

Gebrekkige informatie
Hoewel niet alle televisiegidsen de juiste informatie verstrekken, mag u er wel van uitgaan dat op zondag 2 november de beide eerste van de veertien afleveringen van het kostuumdrama naar de tweedelige roman Little Dorrit van Charles Dickens op 2 november door de televisiezender BBC One achtereen zullen worden herhaald. Verleden zondag werd het één uur durende eerste deel gepresenteerd, donderdag gevolgd door de tweede aflevering, die de duur van een half uur heeft. Gezien het feit dat de in televisiegidsen als herhaling van aflevering 2 aangekondigde film de duur van bijna anderhalf uur heeft, zal de informatie wel weer hetzij slecht zijn verstrekt, dan wel ten burele van de redactie ver beneden niveau verwerkt. Zo werd in gidsen van een week eerder het project ook als vierdelig drama aangekondigd, maar inmiddels weten we dat het niet zo korte boek in werkelijkheid tien delen meer zal omvatten.
De herhaling van de twee eerste delen zal zondagavond via BBC One worden uitgezonden tussen 18:20 uur en 19:45 uur (onze tijd).
De komende week — op woensdag 5 en donderdag 6 november beide keren tussen 21:00 uur en 21:30 uur — zullen de afleveringen 3 en 4 door dezelfde zender de ether in worden gestuurd.

maandag 27 oktober 2008

Drie reportages op Arte-TV over drie verschillende soorten klassieke, handgeknoopte tapijten

Traditionele vervaardiging
De Frans-Duitse cultuurzender Arte verzorgt vroeg op de avonden van maandag 27 tot en met woensdag 29 oktober drie maal een uitzending van drie kwartier — steeds tussen 19:00 uur en 19:45 uur — met daarin een reportage over traditioneel handgeknoopte tapijten uit verschillende delen van de wereld.
Op maandag begint de korte serie met de aflevering Berberteppiche —Geknüpfte Zauberzeichen over de traditie van het tapijtknopen door Berbers in het Atlasgebergte.
Dinsdag is de beurt aan Iran. De aflevering draagt de titel Perserteppiche — Der Orient unter den Füßen. De titel indiceert al dat het dan zal gaan over Perzische tapijten.
De korte reeks wordt afgesloten op woensdagavond als de tapijten uit Tibet aan de beurt zijn in de aflevering Tibetteppiche — Knüpfkunst vom Dach der Welt.


Boeken
Een persoonlijke noot zij mij hierbij vergund over de literatuur dienaangaande. Tegenwoordig is het niet meer zo moeilijk als het decennia geleden was om goede literatuur, al dan niet met illustraties te vinden over de betere Afrikaanse en Oosterse tapijten. Dat was toen een (relatief) schaars artikel. In mijn boekhandelstijd zou ik zeker het vijftigvoudige aan uitgaven over deze vorm van kunst, gekoppeld aan kunstvaardigheid, hebben kunnen verkopen, doch bijna nooit had je iets. Heden ten dage vind ik niet zelden in kringloopwinkels of in de opruimingskratten van antiquariaten boeken over tapijtkunst, al dan niet op enigerlei wijze beschadigd, maar in het laatste geval ook voor zeer weinig geld.
__________
Afbeelding: Tekst- en illustratiegedeelte van het voorplat van het deeltje over Oosterse tapijten in de reeks Orbis Pictus. Uitgeven door Hallwag S.A te Bern in 1968, eveneens in dat jaar in een Nederlandse vertaling bij Zomer & Keuning te Wageningen.


zondag 26 oktober 2008

Little Dorrit van Charles Dickens op BBC One als vierdelig kostuumdrama vanaf zondag 26 oktober

Tweedelig boek in veertien afleveringen
Aanstaande zondag wordt door de televisiezender BBC One, tussen 21:00 uur en 22:00 uur (onze tijd) het eerste deel van in totaal veertien uitgezonden met de inhoud van de tweedelige roman van Charles Dickens (1812-1870), getiteld Little Dorrit, waarvan de delen voor het eerst werden gepubliceerd in afleveringen in de periode 1855-1857.
Het boek is in de loop der tijd in meer dan één Nederlandse vertaling verschenen, waarvan diverse met illustraties. De Prisma-editie die in 32 delen dat complete oeuvre — bij verschijnen te koop voor 32 maal ƒ 1,25 = 40 gulden — met de originele prenten beschikbaar heeft gesteld, werd gerealiseerd door een team van deskundige vertalers onder aanvoering van de kenner bij uitstek van de Engelstalige literatuur Prof. A.G. van Kranendonk (1884-1957), in samenwerking met J.W.F Werumeus Buning (1891-1958). De bekendsten onder hen: de dichter Bloem en Clare Lennart, Godfried Bomans, Antoon Coolen, C.J. Kelk en Emmy van Lokhorst.

Daaraan voorafgaand, omstreeks de eeuwwisseling zijn er in ons land diverse andere vertalingen, respectievelijk bewerkingen in omloop gebracht, waarover men gerede twijfels kan aanmelden voorzover dat de tekstuele kwaliteit betreft. Wellicht dat de verhaallijn overeind gebleven is, maar hier en daar is Tante Betje zo dominant aanwezig dat je geneigd bent te denken dat er bewust is gekozen voor een dergelijke aanpak vol stilistisch onbenul — ook als men daarbij bedenkt dat het taalgebruik anno toen heel wat archaïscher was dan nu, en dat is niet per definitie een veroordeling. Maar ook binnen het kader van de taal van toen golden regels voor stijl.

Het verhaal
De roman is onderverdeeld in twee hoofdafdelingen: Armoede en Rijkdom. Het ligt voor de hand dat de vierdelige BBC-serie aan elk van de beide delen van het boek twee afleveringen zal wijden, die tesamen vier keer een gedeelte op een avond in het programma van de zender BBC One zullen vergen. Het tweede deel zal op donderdag 30 oktober tussen 21:30 uur en 22:00 uur worden uitgezonden.
William Dorrit heeft, door zijn uiterst lange verblijf in de speciale schuldengevangenis van Marshalsea de bijnaam Vader van de Marshalsea gekregen. Hij had de pech verantwoordelijk te zijn voor een niet gerealiseerd contract met een overheidsinstantie. De ellende die de man in die barre omstandigheden beleeft, wordt nadrukkelijk gerelativeerd door de toewijding van zijn dochter Amy, die Kleine Dorrit wordt genoemd — vandaar ook terechte bezwaren tegen de Nederlandse kwalificatie Dora — en in Marshalsea is geboren, en wier minimale verschijning wordt gecompenseerd door de grootheid de ze als persoonlijkheid met zich draagt. Amy heeft een zus, de snobistische Fanny en een broer, de volstrekte nietstnut Tip. Vader Dorrit en Amy zijn goed bevriend met Arthur Clenham, een man van middelbare leeftijd, die bij Amy meer dan gewoon in de smaak valt, doch haar gevoelens worden, althans aanvankelijk, niet beantwoord.
De totaal onverwachte ontdekking dat vader Dorrit erfgenaam van een enorm fortuin is, brengt het gezin in grote welstand. Met uitzondering van Amy wordt elk ander gezinslid hooghartig en geldbewust. Arthur Clenham daarentegen raakt zijn geld kwijt door foutief te speculeren, en wordt op zijn beurt in de schuldengevangenis opgesloten. Hij wordt daar ziek van volstrekte wanhoop, maar kleine Dorrit komt hem daar troosten en verzorgen.
Intussen heeft Clenham haar ware gevoelens ingeschat en hij begrijpt hoe zeer zij van waarde is in algemene zin en in het bijzonder voor hem, maar het feit dat zij nu in fortuinlijke omstandigheden verkeert, weerhoudt hem ervan haar een aanzoek te doen. Pas als ze opnieuw hun geld zouden verliezen, wordt dat een optie.
Dit gegeven is de rode draad die het mysterie in de geschiedenis steeds verder zal ontrollen.

(Wordt vervolgd)
____________
Afbeeldingen
1. Voorzijde van het eerste van de twee Prisma-deeltjes met de complete roman.
2. Voorplat van de Nederlandse editie, begin twintigste eeuw, verschenen bij Gebroeders Graauw's Uitgeverij, Amsterdam - Soerabaia.
3. Charles Dickens bij het schrijven met een ganzenveer, in Gad's Hill Place.
4. "Kleine Dorrit"-Amy komt de kamer binnen.

zondag 19 oktober 2008

Frankfurter Buchmesse sluit vandaag haar deuren


Alweer voorbij

Om half zes hedenmiddag sluit de 60ste Internationale Buchmesse, die sedert woensdag in Frankfurt am Main wordt gehouden, haar deuren. Dan zal blijken dat er toch nog meer weer bezoekers zijn geweest dan verleden jaar. Een enkeling zal dat verbazen, aangezien men aan de jeugd merkt dat de belangstelling voor het fenomeen boek in de klassieke vorm steeds meer afneemt, ook al moet daaraan direct worden toegevoegd dat de omzet aan boeken verleden jaar in Duitsland en ook in ons land juist enige percenten is toegenomen. Het gros van de jeugd leest op het computerscherm, en voor diegenen die zo zijn opgegroeid zal het niet direct als een gemis voelen dat ze niet het materiaal dat de tekst bevat — papier, band, omslag, kortom het hele wezen van een boek — kunnen betasten en daarmee nog beter kunnen leren kennen. Dat geldt eveneens en vooral voor de talrijke verschillende uiterlijkheden van het boek.
Literaire grootheid en successchrijver Günter Grass vierde tijdens deze boekententoonstelling zijn 81ste verjaardag. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om flink uit te halen naar literatuurpaus Marcel Reich-Ranicki en diens bezwaren, enkele dagen eerder jegens de beeldschermfestiviteiten rondom de Deutsche Fernsehpreis. Grass verweet de jarenlange topcriticus van het Duitstalige literaire circuit dat juist hij degene is geweest die de literatuur heeft getrivialiseerd in zijn jarenlang op de beeldbuis verschijnende uitzendingen van Das literarische Quartett. Hoewel dat verwijt wel degelijk enig hout snijdt, moet het wel direct worden gerelativeerd, aangezien deze bezwaren door Grass pas voluit werden geventileerd nadat Marcel Reich-Ranicki — overigens volkomen ten onrechte — uitzinnig van leer was getrokken jegens Grass' roman Ein weites Feld in 1993. Dat heeft toen zelfs tot in omringend landen van de Duitse Bondsrepubliek tot felle protesten geleid. Onze eigen Harry Mulisch heeft toen eveneens zijn zeer duidelijk geformuleerde afwijzing èn afkeer van Reich-Ranicki's opstelling kenbaar gemaakt.
Zo'n vierhonderdduizend verschillende nieuwe boeken zijn er dit jaar op de Buchmesse tentoongesteld. Het spreekt vanzelf dat heel veel daarvan vakliteratuur zal zijn, die ook vrijwel uitsluitend zal worden bekeken, en later eventueel gekocht, door de direct betrokkenen. Zwaartepunt was voor de organisatie dit jaar het gastland Turkije. De premier van dat land en de minister van buitenlandse zaken van de Bondsrepubliek Frank-Walter Steinmeier hebben bij de opening, jongstleden woensdag, acte de présence gegeven. Laatstgenoemde stak niet onder stoelen of banken dat aldaar nog heel wat aan democratisering in Turkije zal moeten plaatsgrijpen alvorens het land volwaardig lid van de Europese Unie zal kunnen worden. Aan de vele misstanden in zijn eigen land en de vernietging van democratische waarden en rechten door zijn collega Schäuble ging deze Steinmeier voorbij, en daarmee begeeft hij zich in de sfeer van de totale ongeloofwaardigheid.
Hoogtepunt in gunstige zin van de Buchmesse is meestentijds de uitreiking van de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels, die zondag 19 oktober, 's ochtends in de Frankfurter Paulskirche zal worden uitgereikt aan de schilder Anselm Kiefer — geboren in 1945 te Donaueschingen. De plechtige gebeurtenis zal vanaf 11:00 uur via het eerste Duitse televisienet ARD/Das Erste rechtstreeks worden uitgezonden. Dat een beeldend kunstenaar voor deze prijs in aanmerking kon komen, kon niet alleen op veler instemming rekenen, maar ook op totaal onbegrip en afwijzing: hij was immers geen schrijver. Alsof alleen schrijvers boeken maken. Deze schilder heeft er overigens meer dan honderd gerealiseerd. Hoewel hij eigenlijk schrijver had willen worden, koos hij toch voor de beeldende kunsten en die keuze heeft hem onder de streep meer bekendheid in het buiteland opgeleverd dan in de Duitse Bondsrepubliek. Wel heeft men kennis kunnen nemen van het feit dat zoveel van zijn werk is georiënteerd op niet alleen zijn identificatie met zijn vaderland, maar tevens op zijn strijd tegen het collectieve verdringen van het verleden in datzelfde Duitsland.

Anselm Kiefer: Dem unbekannten Maler

In zijn rede annex dankwoord waarmede de plechtigheid werd besloten, wees de bekroonde nogmaals op zijn intense verbondenheid met de natuur en met de literatuur. Dat twee naoorlogse Duitse dichters — Paul Celan (1920-1970) en Ingeborg Bachmann (1926-1973) — veelvuldig bij hem op de voorgrond zijn getreden, mag niet tot de conclusie leiden dat de klassieken der Duitse literatuur bij hem tekort komen. Zo vindt Anselm Kiefer even zeer aansluiting bij Goethe en Hölderlin, bij Novalis en tal van anderen. Wat hij uit hun oeuvre absorbeert, vindt zijn weerslag — ook al is dat niet altijd even opzichtig en/of doorzichtig — in zijn kunstprojecten, die bij tijd en wijle voor veel opschudding hebben gezorgd door hun confronterende werking. Een uitgestrekte arm werd niet zelden geïnterpreteerd als Kiefers aansluiting bij de boosaardigheid van de nazi-beesten, maar dat hij daarmee de toeschouwers nog weer eens aan het denken wilde zetten, kwam bij zo menigeen helaas niet op.
Wellicht mede gelet op het feit dat de onderscheiding nu voor het eerst aan een niet-literator, wijsgeer of maatschappelijk uitzonderlijk functionerende publicist is gegaan maar aan een beeldend kunstenaar, heeft Kiefer nogmaals herinnerd aan de grote schande van de boekverbrandingen van mei 1933.
Wat dat laatste betreft zou hij nog wel eens veel Aufklärungsarbeit en Anregungen zur Erinnerung moeten realiseren, aangezien in zijn vaderland de Hitler-Nachfolgestaat steeds meer gestalte krijgt door de onverminderde pogingen van de Architect van dat Vierde Rijk, Wolfgang Schäuble, dit zo snel mogelijk werkelijkheid te laten worden. Kritische stemmen zullen door de dan als nooit tevoren met macht en alle middelen uitgeruste Nieuwe Gestapo worden bestreden. En reeds Heinrich Heine wist, dat waar eens boeken branden, ook mensen zullen branden.


vrijdag 17 oktober 2008

Turkse volkssprookjes bieden een zeer boeiende wereld: vol adellijke mensen en bijzondere dieren


Sprookjeswereld

De sprookjessfeer vormt een wereld op zich, waarin zoveel absurds voorkomt, evenals wenselijks en ongelooflijks, doch die tegelijkertijd zo fascinerend is, niet in de laatste plaats omdat we daarin — of we ons dat nu bewust zijn of niet — een spiegel voorgehouden krijgen, die ons laat zien hoe mensen werkelijk zijn, ook als diverse dieren de protagonisten in de verhalen zijn. Daarbij mag men nimmer uit het oog verliezen dat het juist mensen zijn (geweest) die deze verhalen hebben verteld, verzameld en verspreid. Dat geldt zowel voor de verzamelingen van sprookjes in de westerse wereld, welke vooral zijn verbonden aan grote namen — Andersen, de gebroeders Grimm, Ludwig Bechstein en Johann Karl August Musäus — alsook voor de sprookjes die de oosterse wereld als toneel hebben. Weliswaar zijn de beroemdste uit de contreien de verhalen uit Duizend-en-een-nacht, maar daarnaast ook losse geschiedenissen en samengevoegde, bij elkaar horende verhalen, welke zich alle in die wereld afspelen, doch inhoudelijk zijn ook die sprookjes in eerste instantie leerstukken over het leven van mensen met hun talrijke tics en dwaasheden, alsmede hun eventuele verhevenheid. Dat daarin prinsen en prinsessen een speciale rol spelen, is niet zo uitzonderlijk als het lijkt, aangezien ook deze niet anders dan als rolmodel dienen, en dat geldt — mutatis mutandis — voor daarin optredende sprekende dieren, die immers al in de fabels van de antieke wereld voorkomen.

Nu juist deze week in Frankfurt am Main tijdens de alweer zestigste Internationale Buchmesse opnieuw een enorme hoeveelheid nieuwe uitgaven worden voorgesteld — het zijn er, om enigszins precies te zijn, deze keer 400.000 —, zou de ware liefhebbers van het fenomeen boek en — in het kader van deze bijdrage — van sprookjes er niet van afhouden, zich te oriënteren. Dat laatste woord past hier ook met nadruk op het gastland van dit jaar: Turkije. Daar bestaat al geruime tijd een groep auteurs die allen groot voorstander zijn van het opgaan van hun vaderland in de Europese Unie.
Tenzij — en helaas lijkt het daar steeds meer op — de door en door verdorven minister van Binnenlandse Zaken van de Bondsrepubliek Duitsland erin slaagt zijn wil door te drijven en het Vierde Rijk met een Supergestapo werkelijkheid te laten worden, hetgeen dan geen sprookje maar bittere werkelijkheid zal zijn. Want dan is het beter dat niemand meer boeken koopt met sprookjes, aangezien die — eerst in het nieuwe Mofrika en snel daarna in de gehele EU — als subversieve lectuur zullen worden aangemerkt. Want al die massa's leeghoofden van de geheime politie zien in alles wat hun in handen valt een mogelijke terroristische aanslag op de dan volkomen terecht doodverklaarde democratie, die er in geheel Europa, maar vooral in de voormalige Hitler-staat en toekomstige SS (Schäuble-Staat) reeds nu uitermate slecht voor staat. Maar is er eigenlijk iemand van de verantwoordelijken die het merkt en er iets tégen wil ondernemen?
Zolang het echter nog mogelijk is zonder direct te worden opgepakt, moesten — ook buiten het Duitse taalgebied — de liefhebbers van dit literaire genre zichzelf maar trakteren op de deze maand verschenen verzameling Türkische Volksmärchen, ook en vooral omdat daarin opnieuw de meest ongelooflijke verhalen zijn opgenomen over onder meer prins(esse)en, peri's en andere wezens uit de grote tovercirkel, evenals avonturen van mensen uit het eenvoudige volk, en niet in de laatste plaats ook enige dierenverhalen.


De redactrices die het boek hebben samengesteld — één ervan uit Turkije, de andere uit Italië — zijn beiden in Duitsland gepromoveerd in de Turkologie: ook geen sprookje, maar realiteit — wat een mens toch niet al kan leren als deze zich de kortst denkbare biografische opsommingen ter harte neemt. In ieder geval is het de dames gelukt een verzameling te realiseren, die je je met veel genoegen in handen van alle denkbare sprookjesliefhebbers — vooropgesteld dat deze Duits kunnen lezen — kunt voorstellen.
__________
Türkische Volksmärchen
Ausgewählt und nacherzählt von Sevgi Ağcagül und Elisabetta Ragagnin. Met illustraties van Elisabetta Ragagnin. 288 pagina's, paperback, Originalausgabe.
Deutscher Taschenbuch Verlag, München, oktober 2008.
ISBN 978-3-423-13699-0 (dtv 13699); Prijs (in de BRD) € 9,90.
__________
De Afbeelding op de omslag van de dtv-uitgave toont het Portrait of Sultan Mehmet II (Türkische Schule)/Bridgeman Giraudon.
De andere illustraties zijn afkomstig uit het boek en werden getekend door Elisabetta Ragagnin.

zaterdag 4 oktober 2008

4 OKTOBER — WERELDDIERENDAG

Het eerste kattenkwintet
Op deze foto, van 16 augustus 1992, is dit kattenkwintet exact drie maanden oud. Alleen de vooraan liggende Sasja leeft nog. Hij is dus nu zestien jaar en nog altijd actief, maar ietwat ongelukkig, doordat hij verleden voorjaar weduwnaar is geworden. Ruim veertien jaar is hij samen geweest met zijn levensgezellin Bontje, die niet alleen zijn onafscheidelijke echtgenote was, maar tevens zijn halfzuster (zelfde moeder, andere vader).

Poesenmoeder met egel
Hier eet de moeder van de vijf kinderen — zie foto boven — samen met een van de egels, die in voorjaar, zomer en herfst elke nacht komen kijken of er nog kattenvoer in de tuin staat. Sommige jaren kwam er zelfs een egelechtpaar met twee kleintjes, die vervolgens onverschrokken gezamenlijk met de moederpoes en enkele van haar jongen uit één grote schaal aten. Hond Joris — half Schotse collie, half Tervurense herder — zat dan blij toe te kijken.

Amber reist eerste klas
Hond Amber (geboren 2001) houdt zeer van fietsen. Ik hoef het woord maar in een telefoongesprek te zeggen als Amber slaapt, dan ze wordt onmiddelijk wakker en rent ze naar de keuken, ook al is het niet mijn bedoeling om de hort op te gaan.
Amber loopt eerst een paar kilometer los naast de fiets, gaat keurig uit zichzelf bij elke stoeprand en zebra zitten tot ze het sein krijgt dat ze mag oversteken. Na enige kilometers vraag ik haar: "Wil je in de fietstas?" Als ze moe is, gaat ze zitten en kijkt me aan met een blik: "Til me maar op." Anders loopt ze gewoon verder.
Iedere hond die we dan aan haar kant van de fiets tegenkomen, wordt gesignaleerd met vrolijk geblaf, hetgeen door sommige begeleiders niet altijd even goed wordt begrepen, al moet er direct aan worden toegevoegd dat de meeste mensen het prachtig vinden dat Amber deze eerste klasse wijze van vervoer beschoren is. Haar favoriete spelletje is Joodse Moeder. Dan verstop ik stukken van een speciaal hondenschijfje in keuken en gang en die moet zij dan zoeken. Nooit mist ze ook maar het kleinste stukje.
Hoewel ze dol is op lekker eten — en met alleen al de mededeling dienaangaande kun je haar zeer blij maken —, nooit wordt ze enthousiaster dan op de mededeling: "Zal ik nog even Joodse moeder spelen?" Inmiddels weet ze al hoe ze me erop moet attenderen. Want als ze op een heel specifieke manier zit en kijkt, hoef ik maar te zeggen: "Aha, jij wilt dat ik . . . ." Dan is het feest.


Een felle kleine Panter

Kater Pluim (1978-2003) woonde al vijftien jaar bij ons toen Amber voor het eerst in 2001 kwam logeren, en dat vond Pluim eigenlijk wel best al deed hij toch geërgerd, maar zijn hobby was het 'pesten' van honden. En dus vond hij het helemaal wel best toen Amber, na het overlijden van haar vrouwtje, in de lente van 2002 definitief bij ons kwam wonen. Als jonge kater woog Pluim elf kilo, op latere leeftijd werd hij geleidelijk aan lichter, en dat was maar beter ook, aangezien hij als oude baas dat gewicht niet meer hoefde meeslepen.
Een week of zes voor zijn heengaan — inmiddels 24 jaar oud — zat hij nog achter Amber aan de trap op om haar ervan te doordringen wie de baas in huis was.
Wij hebben wel eens gedacht dat het een eeuwigdurende strijd was, maar dat het in feite aandacht-over-en-weer was, bleek pas na het verscheiden van Pluim in 2003. Een hele dag heb ik in een open doos die dode Pluim naast Amber op de bank laten staan. Maar veel tot het besef bij Amber, van het definitieve verdwijnen van dat grote zwarte monster, heeft het niet bijgedragen. Nauwelijks waren de mensen van de Dierenambulance — die zouden zorgdragen voor crematie — vertrokken, of Amber is het hele huis door gegaan om Kater Pluim te zoeken. Met poten voelend achter radiatoren, onder de bank, en met de neus op de gekste plekken heeft ze gezocht.
Nooit had Amber de zolder bezocht, maar Pluim ging elke dag wel een uurtje zijn extra gebiedsdelen inspecteren, want pas als de zon onder was, wilde hij naar buiten. Maar die dag wilde Amber beslist naar de zolder, en dat wist ze heel goed duidelijk te maken. Maar haar 'kwelgeest' Pluim was en bleef verdwenen. Dat verdroot haar weliswaar, maar gelukkig had ze nog wat poesen die als haar dagelijkse vrienden fungeerden, zoals Ramses (geboren 2002), die nog steeds consequent om een uur of twee, drie in de nacht de laatste wandeling (van de vorige dag dus) graag met haar meeloopt en dan, net als Amber, is voorzien van een rood flikkerende halsband.
____________
Afbeeldingen
1. Het kattenkwintet — drie meisjes en twee jongens — dat op 16 mei 1992 werd geboren. Lena, Micha, Panda en Snoet (haar gezicht is niet te zien) en, vooraan liggend: Sasja.
2. Moedertje eet samen met een egel in de zomer van 1992.
3. Amber in de fietstas in het centrum van Groningen, wachtend voor Antiquariaat Isis, tot ik weer buiten kom. (Foto: Rudy Brinkhuizen.)
4. Kater Pluim eind 2001, na een inspectie van zijn grootgrondbezit.
5. Kater Ramses op zijn favoriete plek, naast Boeddha.

woensdag 1 oktober 2008

In TIME van 6 oktober staat ons milieu centraal

Milieu-helden in middelpunt
De editie van het Amerikaanse weekblad TIME van 6 october — die echter al bij de Europese abonnees zal zijn binnengekomen, en die bij de diverse soorten tijdschriftenhandelaren dan ook al we verkrijgbaar zal zijn — heeft het wereldwijde milieu, maar vooral de mensen en de organisaties die zich daarvoor inzetten, als centraal thema, dat met veel schakeringen groen op de voorpagina wordt aangekondigd. Opvallend is wel dat de gebruikelijke rode rand van het magazine hier niet overheerst, maar juist het vele groen op een witte ondergrond de aandacht vraagt. Heroes of the environment kopt het blad nu en het kondigt rechtsonder aan dat het Special Report in dit extra dikke, 112 pagina's binnenwerk omvattende, nummer de jaarlijkse focus op die mensen heeft gericht die in dit kader de wereld veranderen.


Ieder die het milieu een warm hart toedraagt en even de tijd neemt de diverse artikelen door te nemen, zal geraakt worden door de inzet van zoveel verschillende mensen — particulier of als onderdeel van een organisatie — voor zoveel verscheiden aspecten van dit onderdeel van onze cultuur en beschaving. Desondanks gaat het desastreuze kappen van het tropisch regenwoud dag in, dag uit verder en zijn de vooruitzichten dienaangaande niet bepaald hoopgevend, terwijl het Principe Hoop nu juist zo'n voortreffelijke impuls aan al de daaraan noodzakelijkerwijs gekoppelde handelingen kan geven.
Aanbevolen!

vrijdag 26 september 2008

De levende dom van Sint Stephan in Wenen — Documentaire op Arte, vrijdag 26 september


Flora en Fauna
Op vrijdag 26 september presenteert de Duits-Franse cultuurzender Arte-televisie een documentaire over de Sint Stephanskathedraal te Wenen. Wat weinigen zullen verwachten, is dat daar heel wat flora en fauna te vinden blijkt. Dat verrassende element is onderwerp van de film, die in 1997 als Oostenrijks celluloid-product is gerealiseerd door Georg Riha.
In 1997 bestond de Sankt Stephansdom 850 jaar en dat vormde toen voor de filmer Georg Riha aanleiding om eens wat nader onderzoek te doen binnen de kathedraal. Zijn expeditie is niet zonder resultaat gebleven en menigeen zal een ongelovig gezicht opzetten als hij hoort dat de goede man niet alleen exotische vlinders en roofdieren heeft aangetroffen, maar zelfs een boom.
Georg Riha's filmteam heeft de zuidelijke, 136 meter hoge, toren van de dom van binnen aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen en uit de 'gevonden voorwerpen' mag zonder meer worden geconcludeerd dat deze kathedraal het meest verbazingwekkende stukje natuurgebied van geheel Oostenrijk is.
Zo'n bijzondere documentaire — die vrijdagavond via Arte, tussen 20:15 uur en 21:00 uur, op het formaat 16:9, slechts eenmalig door Arte wordt uitgezonden — kan men alleen maar heel nadrukkelijk aanbevelen in de belangstelling van een ieder, die ook maar in de geringste mate geïnteresserd is in natuurfenomenen.
___________
Afbeelding: De Stephansdom in Wenen. Originele tekening op zijde, 16 x 22 cm, door H. Welser. Collectie Heinz Wallisch.

zaterdag 13 september 2008

Homeros bij Volker Panzer in de ZDF-Nachtstudio

Er las immer Agamemnon statt angenommen, so sehr hatte er den Homer gelesen. — Georg Christoph Lichtenberg.
__________

Nieuwe reeks Nachtstudio
In de nacht van zondag 14 op maandag 15 september, tussen 00:35 uur en 01:35 uur wordt, nu de zomerpauze achter ons ligt, gelukkig, het intellectuele discussieprogramma van Volker Panzer Nachtstudio hervat. Het thema van deze uitzending luidt Rätsel Troja: Homer, die Griechen und wir. De beide epische gedichten Ilias en Odyssee worden nog altijd toegeschreven aan de, al dan niet blinde, zanger en dichter Homeros. Over de juistheid van diens auteurschap bestaan echter ook vandaag nog flink wat twijfels.
Een onlangs gereedgekomen nieuwe Duitse vertaling van deze beide mijlpalen in de Griekstalige literatuur van inmiddels bijna drieduizend jaar geleden vormt mede aanleiding voor de discussie in deze aflevering van Nachtstudio.

De Trojaanse oorlog in de Ilias
Hoewel in verband met het
toenmalige Troje, het belang van de Ilias aanmerkelijk groter is, aangezien daarin de laatste periode — over de wrok van Achilleus over het doden, door de Trojaan Hector, van diens boezemvriend Patroklos; mannetjeshoer genoemd in Shakespeare's Troilus en Cressida, in de vertaling van Bert Voeten —, van de tien jaar van de Trojaanse oorlog in hexameters beschreven staan, is één van de vele protagonisten ook dan de slimme man van Ithaka. Naast hem treden de vele Griekse grootheden op en hun tegenpolen in de stad van de inmiddels oude koning Priamos.
Maar meer nog dan al deze in tal van antiek-Griekse voorstellingen vereeuwigde helden en hun figuranten — als standbeelden en ook als voostellingen op schalen of vazen, en veelvuldig aan gymnasiasten over de hele wereld, maar toch vooral in Europa, voorgehouden zijn enkele vooraanstaande gestalten uit de Griekse godenwereld en hun daden — die bij tijd en wijle even grootmoedig en/of intens verwerpelijk zijn als die van al degenen, die zij als marionetten regisseren — de belangrijkste motoren voor al hetgeen zich afspeelt in de loop van dat beschreven decennium oorlog tegen Troje, en zijn degenen, die de hoofdrolspelers lijken, ledepoppen in handen van deze goden die elkander al net zo voor de voeten hebben gelopen als politici, buren, kunstenaars en zakenlieden dat doen anno nu.

Homeros als vermeende auteur
Zoals gemeld zijn lang niet alle geleerden van mening dat die éne man genaamd Homeros de ware auteur is van de beide omvangrijke, in duizenden verzen gestelde epische werken, komen we in de loop der
geschiedenis toch ook weer andere, bepaald niet onderontwikkelde bollebozen tegen die Homeros als de schrijver van de Ilias en de Odyssee beschouwen. De Nederlander Dr. K. Sprey — auteur van diverse boeken over de klassieke oudheid — heeft het in zijn boek met de korte titel Homerus, voor het eerst verschenen in 1947, weliswaar in een apart hoofdstuk over De Homerische kwestie, maar hij laat er nauwelijks twijfel over bestaan dat voor hem het auteurschap van de twee grote klassiekers vaststaat. Veel meer daarentegen verdiept hij zich in de beschreven personen en gebeurtenissen binnen die twee mijlpalen van de antieke literatuur, en dat leidt ertoe dat hun leef- en denkpatronen aan een kritische beschouwing worden onderworpen, hetgeen een verhelderende invloed op de lezer in de tweede helft van de laatste eeuw kan hebben gehad.
Datzelfde geldt overigens voor het geschrift met dezelfde hoofdtitel van Prof. Dr. B.A. van Groningen (1954), die vier aspecten van Homerus' persoonlijkheid de revue laat passeren, waaronder, als laatste, diens dichterschap.
En die opvattingen, onder zoveel andere, staan haaks op de veelal geuite bewering dat Homerus zelfs niet heeft bestaan. Opvallend is dat dergelijke, lang aanhoudende, controverses zich niet alleen tot deze oude Griek hebben beperkt, maar dat op gezette tijden er steeds nieuwe grootheden in de literatuurgeschiedenis als niet-bestaand of anderszins zonder betekenis worden afgeschilderd. Tot op de huidige dag doen immers al even zo hardnekkige (voor)oordelen over William Shakespeare (1564-1616) en diens eventuele (ontbrekende) auteurschap de ronde.

Vertalingen
Hebben we in ons taalgebied de Burgersdijk, met latere bewerkingen, als standaardvertaling, en is er in de jaren zeventig eveneens een complete vertaling verschenen van de hand van de fijnzinnige Vlaamse taalmeester Willy Courteaux — die zijn dagen sleet op de redactie van het tijdschrift HUMO te Brussel —, en zoveel losse stukken uit diverse ganzenveren van nog weer anderen — in het Duitse taalgebied is heel lang de vertaling van Johann Heinrich Voß (1751-1826) [1
] de standaard geweest, en hoe vaak nog komen we, al dan niet speciaal vervaardigde, edities tegen die zijn naam ook in het laatste kwart van de twintigste eeuw nog droegen.
Inmiddels is er een nieuwe vertaling uitgekomen, en ook daarover zal, op instigatie van Volker Panzer in diens Nachtstudio het nodige door hemzelf en zijn gasten worden gezegd.
__________

[1] De Duitse vertaling van de Ilias is in 1793 uitgekomen, die van de Odyssee reeds in 1781
.
____________
Afbeeldingen
1. Volker Panzer, sedert 1997 moderator in het intellectuele discussieprogramma Nachtstudio van het ZDF.
2. Athene, Hermes en Herakles. Attische kruik in het Musée du Louvre.
3. De Griekse dichter Homeros, volgens een Romeinse voorstelling.
4. Leren rug van een andere Duitse standaardvertaling van de Odyssee door Prof. Dr. J.J.C. Donner, uitgegeven door Langenscheidt. Voor het eerst verschenen in de jaren 1855-57.
5. De Duitse auteur en Homeros-vertaler Johann Heinrich Voß.

donderdag 11 september 2008

Platgetreden paden bezaaid met overbekende melodieën tijdens BBC's Last Night of the Proms

Massaliteit alom
Talloos veel miljoenen kijkers en luisteraars, verspreid over onze globe, zullen aanstaande zaterdag 's avonds opnieuw voor het huiskamerscherm zitten om het jaarlijkse klassieke muziekfestijn bij uitstek — The Last Night of the Proms met nog onaardig wat meer spektakel, en doorgaans erg flauwe, grappen en dito grollen, dan dat elke Nieuwjaarsdag weer vanuit Wenen het geval is — door, voorzover dat de muziek betreft, een podium met instrumentale en vocale uitvoerenden — en niet te vergeten een dirigent —, die een gevarieerd programma voor de pauze zullen presenteren, en na de pauze zowaar een première en een door Benjamin Britten (1913-1976) bewerkt, reeds veel langer bestaand muziekstuk.
Daarna komt de herhaling van elk jaar steeds maar weer hetzelfde van Elgar, Vaughan Williams, Thomas Arne, en — voorafgaande aan de National Anthem — Jerusalem van Charles Hubert Hastings Parry (1848-1918), die zijn internationale bekendheid aan precies dit werk te danken heeft. Op veel scholen in het Verenigd Koninkrijk en in de voormalige vazalstaten is Jerusalem nog altijd een verplicht nummer 's ochtends vroeg in de aula, alvorens de lessen mogen beginnen. Het is dus niet voor niets dat zoveel mensen dit, op zich helemaal niet zo beroerde stuk, Jerusalem intens haten. "Ik wil het nooit meer horen!" is een niet zelden geuite verzuchting.

Pijnlijke onderwaardering
Het zal je, als kunstenaar, toch maar tijdens je ondermaanse bestaan reeds overkomen: je naam blijft ten eeuwigen dage voornamelijk verbonden aan slechts één werk, ook al zijn er, verspreid voorkomend, mensen en instellingen die iets meer over je weten en tevens proberen die kennis in woord, geschrift en daad, en, mutatis mutandis, in gepaste klanken, te blijven verspreiden. Bijna elk land heeft wel zo'n figuur in de verschillende disciplines van de cultuur. Kent iemand in Nederland nog de bekwame musicus, componerend in neoromatische stijl, Peter van Anrooy (1879-1954), van iets anders dan de Piet Heyn Rhapsodie? En hoevelen, die niet dagelijks gedichten uit het klassieke repertoire lezen, kennen Hendrik Marsman (1899-1940) van een ander literair werk dan het gedicht Denkend aan Holland...? In de Duitse cultuur vergaat het Ludwig van Beethoven (1770-1827) in tal van kringen nauwelijks beter: het pianodeuntje Für Elise weet menigeen stante pede op te hoesten, en, afhankelijk van de context, meer nog het, ten onrechte als zodanig gekwalificeerde, Noodlotsthema dat de Vijfde Symfonie opent. En is het Friedrich von Schiller (1759-1805) beter vergaan? Bijna ieder, die in zijn middelbare schooljaren Duits heeft gehad, roept terecht Die Glocke, daarentegen is het aantal mensen te verwaarlozen, dat weet dat hij ook de auteur is van de ode An die Freude, die als koortekst dient in het laatste deel van Beethovens Negende Symfonie.
In het Verenigd Koninkrijk blijft de naam (Charles) Hubert (Hastings) Parry — componist van tal van werken in uiteenlopende disciplines van de muziekcultuur — voor de eeuwigheid, helaas, vrijwel uitsluitend verbonden aan zijn toonzetting van Jerusalem dat de dichter en beeldend kunstenaar William Blake (1757-1827) omstreeks 1803 heeft geschreven.

Groot talent

Parry werd in 1848 in Bornemouth geboren als kind van welgestelde ouders. Gedurende zijn primaire scholing in Eton kreeg hij reeds muzieklessen van George Elvey (1816-1893) van de Saint George's Chapel. Eenmaal in Oxford, ging hij compositie studeren bij Henry Hugo Pierson (1815-1873). Al die invloeden, in combinatie met het muzikale talent dat hem gegeven was, zorgden ervoor dat Parry als tweeëntwintigjarige reeds Bachelor of Music van Oxford werd. Maar nadat hij was afgestudeerd, ging hij eerst drie jaar werken op het bekende kantoor van Lloyds (of London) Verzekeringsmaatschappij. Tegelijkertijd kreeg hij compositieles van Edward Dannreuther [1] (1844-1905), die Parry met de muziek van Richard Wagner (1813-1883) in contact bracht, en die hem in kleine kring wel een aardig podium voor zijn composities in de sfeer van de kamermuziek bood: tijdens eigen huisconcerten. Dertig jaar oud was Parry toen hij zijn eerste orkestwerk publiceerde: het Pianoconcert in fis-klein.

Bijbelse invloeden
Vervolgens schreef Parry een hele reeks werken in tal van muzikale disciplines: kamermuziek, odes, koorwerken, cantates, liederen en libretti. Drie oratoria heeft hij de (in principe Britse) luisteraars geschonken: Judith (1888), Job (1892) en Koning Saul (ca. 1894).

Naar aanleiding van dat vele componeren is wel eens beweerd dat die Parry desnoods de complete Bijbel op muziek zou zetten. Je ontkomt niet aan de indruk dat dit enigszins denigrerend is bedoeld geweest, zeker als men daarbij bedenkt dat de componist nog zoveel andere functies vervulde en steeds, op ieder vrij moment, er weer even voor ging zitten. Zoals gezegd: een vakman, die als componist door de wol was gekleurd en alles kon, behalve de muzikale hemel bestormen en waarlijk nieuwe wegen inslaan. Een ander saillant detail is dat tal van musciologen en critici van mening waren dat velen zo intens van zijn muziek hielden omdat de man zo'n beminnelijk wezen was.... Hubert Parry was niet de eerste kunstenaar die dat is overkomen, en hij zal al evenmin de laatste geweest zijn.

Nevenfuncties
Vanaf 1883 doceerde Parry aan het Royal College of Music, waar hij opklom tot directeur, een positie die hij vanaf 1894 tot aan zijn overlijden in 1918 heeft bekleed. Daarnaast werd hij in 1900 ook nog professor in Oxford. Eén van zijn beroemdste studenten was Ralph Vaughan Williams (1872-1958), die enorme bewondering koesterde voor de structuur van Parry's compositietechiek voor koorwerken.
Naast zijn functies als directeur en componist heeft Parry ook nog diverse boeken geschreven, waaronder: The Art of Music (1893, 1896) en The Music of the Seventeenth Century (1902, als deel III van de Oxford History of Music), in 1909 weer gevolgd door Johann Sebastian Bach, en in 1911 door Style in Musical Art.
Vanaf 1877 was Parry, op uitnodiging van de initiator, George Grove (1820-1900), tevens medewerker van diens befaamde Dictionary of Music.
Het heeft de successieve Engelse majesteiten van anno toen behaagd de kunstenaar te onderscheiden. In 1898 werd hij door Victoria geridderd, en vijf jaar later verleende Eduard VII aan Hubert Parry de titel baronet.

Tweeslachtige bejegening
Erg opvallend is de zeer tweeslachtige bejegening van de componist Parry, niet alleen door musicologen en critici, maar al evenzeer door muziekhistorici en aanverwante kenners. De beroemde, maar evenzo beruchte, muziekscribent George Bernard Shaw (1856-1950) was in zijn afwijzing van Parry's muziek zeer duidelijk, en dat zorgde wel eens voor wat onbegrip. Maar, geplaatst binnen de context van Shaws voorkeuren ― minder muzikaal talent en genie dan Richard Wagner vond in zijn ogen per definitie geen genade ―, kregen ook Johannes Brahms en Antonín Dvořak dezelfde 'behandeling', wat de afwijzing van zijn landsman vanzelfsprekend wel weer wat relativeert.

Literatuur
Tal van boeken die de Engelse muziek van, ruim genomen, de laatste eeuw behandelen, noemen Parry slechts terloops of laten slechts één of enkele titel(s) uit zijn rijke oeuvre de revue passeren. Werken die specifiek gericht zijn op de Engelse muziek van de twintigste eeuw noemen steevast Edward Elgar (1857-1934), Ralph Vaughan Williams (1872-1958), Frederick Delius (1863-1943) en diverse andere directe tijdgenoten van Parry, maar al deze laten onze protagonist van hun vaderlandse muziekwereld en zijn oeuvre links liggen. De Nederlandse musicus Marius Flothuis (1914-2001) doet in zijn boek Hedendaagse Engelse componisten, ongeveer een halve eeuw geleden verschenen, evenmin een poging om Parry in zijn overwegingen te betrekken.

Uitgebreide informatie
Hoewel Charles Hubert Hastings Parry in een overzichtswerk van de twintigste eeuwse muziek in Scandinavië, Engeland en Nederland ― geschreven door de componist Humphrey Searle (1915-1982) en Robert Layton (geb. 1930) ― eveneens slechts in één alinea voorkomt, wordt daarin wel vermeld dat zijn muziek, ondanks het feit dat deze zeer weinig meer wordt gespeeld, echter een zodanig niveau heeft dat het alles overstijgt wat eerder in de negentiende eeuw werd geschreven.
Een andere autoriteit op het gebied van de Engelse muziek, Henry Raynor, wijst erop dat slechts twee werken van Parry de tand des tijds hebben doorstaan: het eerder genoemde (en jaarlijks voor een ontelbaar aantal televisiekijkers en radioluisteraars in de Albert Hall te Londen gespeelde Jerusalem) en de psalmbewerking I was glad, gecomponeerd in 1902 ter gelegenheid van de kroning van Edward VII. Deze psalmversie kreeg, inmiddels een kleine vier decennia geleden, een aardig wat ruimere bekendheid buiten het Verenigd Koninkrijk door het Kings College Choir van Cambridge, dat het eveneens op de uiterst succesvolle grammofoonplaat The Psalms of David vertolkt.

Oxford-standaardwerk
In schril contrast daarmee is de relatief uitgebreide aandacht die Ernest Walker (1870-1949) besteedt aan Hubert Parry en diens muziek. Hij doet dat in zijn standaardwerk A History of Music in England uit 1907 (Oxford University Press). Die datum ― Parry leefde toen nog ― zou op zich een gedeeltelijke verklaring kunnen zijn voor het feit dat er zo'n dertig van zijn werken in het boek aan de orde komen. Maar ook in de herdrukken is het belang van deze componist in historisch perspectief gelijk gebleven, hetgeen in het kader van de opzet van zo'n boek weliswaar principieel geen verwondering wekt, maar in de praktijk niet altijd een wet van Meden en Perzen is gebleken.
Walker geeft een beknopt overzicht van Parry's leven en hij besteedt bijna vier pagina's aan diens werk. Verder komen de componist en afzonderlijke van zijn stukken in de loop van de geschiedenis weer aan bod waar dat noodzakelijk dan wel nuttig is.

Renaissance
Die opvatting wordt onderbouwd door de analytische muziekscribent Eric Blom (1888-1959), die de rehabilitatie van de kwaliteit in de muziek, met het niveau van Purcell, en daarmee het begin van de renaissance, toespitst op de jaren 1880-1900. Het is Hubert Parry geweest die, met zijn koorwerk op scènes uit Prometheus Unbound van Percy Bysshe Shelley (1792-1822), tijdens het Gloucester Three Choirs Festival van 1880, hiertoe de aanzet heeft gegeven. Weliswaar is het geen spectaculair-revolutionaire compositie, maar de nieuwe richting was hiermee onomkeerbaar aangegeven.

De Nationale Hymne van Parry werd gecomponeerd in 1916 en zes jaar daarna georkestreerd door Edward Elgar:

JERUSALEM:
And did those feet in ancient time
Walk up on England's mountains green?
And was the Holy Lamb of God
On England's pleasant pastures seen?

And did the countenance divine
Shine forth upon our clouded hills?
And was Jerusalem builded here
Among those dark satanic mills?

Bring me my bow of burning gold!
Bring me my arrows of desire!
Bring me my spear! O clouds unfold!
Bring me my chariot of fire!

I will not cease from mental fight,
Nor shall my sword sleep in my hand,
Till we have built Jerusalem
In England's green and pleasant land.


Ritueel gebruik
William Blake's Jerusalem is opgenomen in het hoofdstuk National Hymns (nr. 640; zie de afb.) van The Church Hymnary (with music) van de Oxford University Press, ten gebruike tijdens de eredienst in tal van (meestal presbyteriaanse) kerken in het Verenigd Koninkrijk. Parry is in dat boek eveneens vertegenwoordigd met zijn toonzetting van The Lord Jesus Christ op tekst van Charles Wesley (1707-1788) en The Christian Life van de thans bijna vergeten dichter John Geenleaf Whittier (1807-1892).
__________

[1] Edward Dannreuther heeft de tekst van Über das Dirigieren van Richard Wagner — dat in 1869 gelijktijdig in de Neue Zeitschrift für Musik en in de New York Musik-Zeitung was verschenen —, vertaald als On Conducting.
____________
Afbeeldingen
1. Benjamin Britten.Tekening uit 1987 van Eildert Beeftink.
2. De veelvuldig onderschatte componist Charles Hubert Hastings Parry.
3. De Engelse dichter William Blake, in 1807 geschilderd door Thomas Phillips (1770-1845).
4. Saul wordt gezalfd. (I Samuel X, 1). Afbeelding uit de Printbybel A.D. 1696.
5. Muziekscribent George Grove, initiator van GROVE Dictionary of Music and Musicians.
6. Muziekcriticus en een der grootste dramaschrijvers van de eerste helft der twintigste eeuw, George Berard Shaw.
7. De componist Frederick Delius.
8. Tekst op de voorzijde van het stofomslag van de editie 1970 van Walkers boek uit 1907.
9. Portret van de dichter Percy Bysshe Shelley.
10. Pagina uit de Church Hymnary met de muziek en de tekst van Jerusalem.