zaterdag 22 december 2007

Portret van de internationaal vermaarde filantroop George Soros, financieel genie en man van de daad

Zeven dagen achtereen
Op het in de benaming sterk misleidende — want slechts regionaal-randstedlijks implicerend — documentaire-kanaal Holland Doc met voornamelijk VPRO-producties — wordt, in het programma Laat op de avond, zaterdag 23 december tussen 20:54 uur en 21:51 uur — met herhalingen op de zes volgende weekdagen, steeds op een ander tijdstip — de film van IJsbrand van Veelen, getiteld De filantroop, over George Soros voorgesteld: miljardair, internationaal belegger en 'superfilantroop'.
De man die in 1930 als György Schwarz in Boedapest werd geboren, en over wie we in de herinneringen van zijn vader, de Esperanto-auteur en Joodse advocaat Tivadar Soros [1] meer kunnen lezen, slaagde erin aan de holocaust te ontkomen door het bezit van valse identiteitspapieren. In 1947 vluchtte hij uit Boedapest en vestigde zich aanvankelijk in Londen, vervolgens, in 1954, in New York. Over de gehele wereld raakte hij bekend doordat hij in 1992 met speculaties het Britse Pond buiten het Europese valutasysteem wist te houden en daarbij zo'n slordige miljard dollar heeft verdiend.
Soros geldt als financieel genie, als man van de daad, die wel tijd neemt om over leven en lijden — ook van anderen— na te denken. Zijn Quantum Group beheert zo'n vijf miljard dollar, en is daarmee een van de meest succesvolle investeringsfondsen ter wereld. Tegelijkertijd is zijn inzet in de strijd tegen armoede niet gering en heeft hij al meer dan een miljard dollar aan liefdadigheid besteed. Daartoe onderhoudt hij — verspreid over de hele wereld, inmiddels in vijftig landen — zo'nvijfentwintig stichtingen, die zich als eerste ten doel hebben gesteld: het ontwikkelen van een open, democratische maatschappij waar dat maar kan.
Veel van zijn vermogen besteedt George Soros tegenwoordig voor het bestrijden van George W. Bush. Hij had heel wat slechtere doelstellingen kunnen nastreven; de bestrijding van de incarnatie van het verfoeilijkst denkbare kwaad in de wereld is zo gek nog niet.

[1] Veel meer daarover in het boek van vader Tivadar Soros, Maskerade, met als ondertitel Die Memoiren eines Überlebenskünstlers, voor het eerst in het Esperanto (van J. Régulo) verschenen; in 2000 is de Engelse editie uitekomen bij Cananongate Books Ltd., Edinburgh. Op basis daarvan is de Duitse versie, in de vertaling van Holger Fliessbach— en met Voorwoorden van Paul en George Soros; Humphrey Tonkin heeft als editeur gefungeerd — in 2003 bij DVA uitgekomen en twee jaar later als pocket bij dtv: 318 pag., met 8 bladzijden fotokatern. Deutscher Taschenbuch Verlag, München. ISBN 3-423-34168-8 (dtv 34168); Prijs 12,50 (alleen in de BRD en bij Boekhandel Die Weisse Rose in Amsterdam).

dinsdag 18 december 2007

Mythische dieren deze week in Arte-middagserie

Voorafgegaan op maandag, respectievelijk dinsdag door de arend en het paard, is woensdag de KAT aan de beurt in de programmareeks, die de Duits-Franse cultuurzender Arte deze week 's middags tussen 16:50 uur en 17:35 uur uitzendt. Donderdag volgt het Schaap, en de goede verstaander zal vermoeden dat diens kleding tot vrijdag blijft liggen als we in deze filmreeks een optreden van de Wolf mogen verwachten. De programmareeks is getited Mythos Tier. De ondertitel voor de aflevering over deze diersoort luidt: Katze — Auf Samtpfoten durch neun Leben.
Dat zo'n dier niet alleen veel begrijpt als je maar op de juiste wijze communiceert, is talloze malen gebleken, en kennelijk had Pluim door dat de jonge componist Thorkil Wolvendans in de herfst van 2001 een pianocompositie over Pluim heeft gerealiseerd. Van de eerste noot die de jongen op het klavier heeft aangeslagen tot de laatste, heeft Pluim in een voor hem aangename houding op diens schoot gelegen. Het stuk kreeg de titel Pluim op de overloop en heeft in beperkte kring veel lof geoogst.

Film op Arte
Sedert mensenheugenis heeft de kat tot de verbeeldingen van allerlei verschillende volkeren gesproken. Was dit dier bij de Egyptenaren nog heilig, in andere culturen werd het gezien als afgezant van Satan, en daaruit volgend ziet men in tal van afbeeldingen uit die bewuste sferen boze heksen met een kat op de schouder, en is de magische werking ten detrimente van dit mysterieuze wezen ook voor de tovenaars die boosaardige plannen hebben, niet weg te denken.
Dikwijls ook is de kat beschouwd als de incarnatie der vrouwelijkheid; vandaar dat nog altijd veel mensen het over dikke en anderszins welgedane dieren, die op drie kiolometer afstand herkenbaar als van de mannelijke kunne zijn, toch hebben als zij (waar tegenover het verschijnsel Hond met het element der mannelijkheid wordt geïdentificeerd en dientengevolge met Hij wordt bedacht.
De film van Annette Scheurich, die eerder dit jaar werd vervaardigd voor de Mitteldeutsche Rundfunk, wordt in breedbeeld uitgezonden en duurt, om precies te zijn, 43 minuten. Een herhaling zal door Arte worden uitgezonden op tweede kerstdag, woensdag 26 december, tussen 17:45 uur en 18:30 uur.

Literatuur
Hoewel velen de kat als wreed beschouwen, gezien uit de culturele opvattingen van het wezen mens, is het een intens aanhankelijk gezelligheidswezen dat, eenmaal door de mens geaccepteerd — en dat is heel wat meer dan (passief) getolereerd —, veel meer aanvoelt en zelfs tot grote steun kan zijn. Getuigenissen daarvan zijn ook te vinden in tal van bundels met kattengeschiedenissen, in het Nederlands, Duits of Engels.
__________
Afbeeldingen
1. Kater Pluim (1978-2003) in 2001 's avonds laat na een inspectietocht van zijn grootgrondbezit. Pluim was toen al 23 jaar. De foto is genomen door een groot bewonderaar van Kater Pluim, de jonge musicus Thorkil Wolvendans.
2. Kater Ramses op zijn favoriete plek, naast een zilveren Boeddha-beeld op de theetafel.

maandag 17 december 2007

Randstedelijke hoogmoedsverplettering als nare recidive in Haagse Tweede Kamerkringen

Een nieuwe 'Hollanditis'
Het dagblad Het Parool van hedenochtend meldt dat Tweede Kamerlid Boris van der Ham van D66 wil dat minister Ronald Plasterk initiatieven onderneemt om te komen tot een Holland Huis in New York.
Dit ongecultiveerde lid weet kennelijk niet dat een dergelijk instituut ons land op enigerlei, aanvaardbare, wijze dient te vertegenwoordigen en niet alleen de regio Holland. Of is het aan dat kamerlid ontgaan dat er sedert bijna twee eeuwen op dit gehele ondermaanse geen staat met de naam Holland meer existeert. Derhalve is er geen enkele aanleiding om zich te blijven wentelen in hetgeen in de overige regio's van ons land veelal wordt beschouwd als randstedelijke hoogmoedsverplettering. De naam van ons land is (Koninkrijk der) Nederland(en) en dient als zodanig te worden gehandhaafd, zeker door volksvertegenwoordigers, of dat nu iemand uit een splinterpartij is of een ander, die het wellicht ten rechte, doch misschien niet even terecht tot minister heeft gebracht.

Alliteratie: Holland Huis
En we horen al hoe het verweer zal luiden, als het eenmaal ter sprake zou komen daar in het verre Den Haag, hoe de regio denkt, want dat interesseert de hoge heren nu eenmaal in genen dele, behalve als men die gebieden als wingewest verder kan exploiteren. Holland Huis
allitereert zo goed en blijft dus beter hangen. Dat is niet meer dan een uiting van de botte handelsgeest, die zo dikwerf het Haagse in zijn greep houdt.
Wij zien een dergelijk initiatief graag met succes bekroond, maar alleen als de beleidsmakers, en in eerste instantie de Minister in kwestie, zich bewust tonen van hun verantwoordelijkheid ten opzichte van geheel ons land en het daarin wonende volk.
En ter informatie van het éne lid, dat de Kamer eveneens bevolkt: de enige acceptabele naam van ons land, die we hierboven hebben omschreven, luidt in het Engels (The) Netherlands, in het Duits (Die) Niederlande, en in het Frans (Les) Pays Bas. Elke andere benaming is derhalve discriminerend en onder alle omstandigheden abject en verwerpelijk.
_____
Foto: Ronald Plasterk Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

zondag 16 december 2007

Tranentrekkers op de beeldbuis: veel oud nieuws

Beeldbuiskitsch en dito redelijks
In de tweede helft van de kerstmaand december halen de meeste nationale, en vooral niet te vergeten de buitenlandse, televisiestations als vanouds tal van tranentrekkers uit de mottenballen om toch vooral de kijkers een overmaat aan, doorgaans dubieuze, emotie voor te schotelen. Soms bestaat het (al te) vele beeldmateriaal uit speelfilms, die zijn vervaardigd op bekende, en soms ook wel kwalitatief hoogwaardige klassieken, zoals Oliver Twist en A Christmas Carol — beide gebaseerd op verhalen van Charles Dickens (1812-1870). Maar vanzelfsprekend is ook Little Lord Fauntleroy van de partij, naar de roman van de, van oorsprong Amerikaanse, Frances Hodgson-Burnett (1849-1924), die in haar dagen grote bekendheid genoot als toneelschrijfster en auteur van kinderboeken, zoals The Secret Garden. Het verhaal over de kleine lord werd voor het eerst in afleveringen gepubliceerd in het tijdschrift St. Nicholas Magazine in 1885.
En de kerstperiode zou de beeldbuiskersttijd niet zijn als er niet eveneens één of meer van de talrijke Dumas-verfilmingen, zoals De drie musketiers, voor het kijkersnetvlies zou worden opgegraven, en hetzelfde geldt voor sprookjesfilms, gebaseerd op de klassieken van Andersen, de gebroeders Grimm en Ludwig Bechstein. Aangezien die vaak op één van de Duitse netten worden vertoond, verdient het aanbeveling eerst maar eens te kijken van welke origine deze films zijn, aangezien er heel dikwijls sprake is van nasynchronisatie, en dat zorgt snel voor een al te overladen maag. Maar ook moderne sprookjes worden u voorgeschoteld in de vorm van bewegende beelden met en over mensen, die lange tijd — soms wel een halve eeuw — een winkel of restaurant hebben geëxploiteerd en dan net vóór de kerstdagen te horen krijgen dat ze hun zaak snel zullen moeten verlaten. Net voor het einde van de film is er dan toch weer iets waardoor men, hoe dan ook, de toekomst weer met moed, beleid en trouw tegemoet kan zien. Af en toe zit daar wel iets komisch ingebakken, maar heel dikwijls is er alleen sprake van de meest vreselijke gruwelkitsch, die zelfs niet bijdraagt tot enige ontspanning, maar in het gunstigst geval kromtrekkende tenen en wapperende oorlelletjes als gevolg van zoveel ergernis.
Om verder maar niet te veel te zeggen over de films, die als thema de door onverwachte gebeurtenissen onderbroken of definitief bedorven, dan wel eventueel een humoristische wending nemende kerstplannen. Dat kan overigens ook aardige producten opleveren, en dus geldt ook daar: lees even goed waar de film over gaat en blijf kritisch afstandelijk.
Positieve uitzondering per definitie op all eventuele tijdrovende onzin-films vormt Andersens sprookje Het meisje met de zwavelstokjes, in de versie uit 1928 van de Franse filmer Jean Renoir (inderdaad, zoon van de wereldvermaarde schilder). Zie daartoe ons artikel op de site Tempel der Filmkunst, eveneens van zondag 16 december 2007.
____________
Afbeeldingen
1. De Engelse meesterverteller Charles Dickens.
2. De Amerikaanse schrijfster Frances Hodgson-Burnett.
3. De Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen (1805-1875).

vrijdag 7 december 2007

Onderweg naar God komt men rare snuiters tegen

Opgedrongen gemis
Stelt u zich eens voor: twee jonge vriendjes zitten in het bad en vermaken zich daarbij kostelijk. Op een gegeven moment krijgt één van de twee een beetje trek en besluiten ze buitenshuis een appel te plukken. Nauwelijks hebben ze de huisdeur achter zich dichtgedaan of hun aandacht wordt getrokken door een poster die iemand in de nacht op de muur van het huisje had geplakt. Dan verbaast het niemand dat die jonge wezens even verbaasd kijken.
Dat overkwam de beide jonge vrienden het biggetje en de egel. Daar stond te lezen: "Wer Gott nicht kennt, dem fehlt etwas." Toen ze van elkaar hadden vastgesteld dat de ander God niet kende, schrokken ze en besloten ze hem te gaan zoeken.

Onderweg
Alle dieren die de beide vriendjes onderweg zijn tegengekomen, hebben ze de weg naar God gevraagd, maar geen van hen kon ze daarover meer vertellen, totdat ze de vos tegenkwamen, die meldde dat hij wel eens mensen had horen ruzie maken over God. En hij wees naar de Tempelberg en zei dat daar diverse huizen gebouwd waren, maar dat de mensen het niet eens konden worden in welk huis God nu precies woonde. "Als jullie mij vragen is het beter om er niet heen te gaan, die lui daar boven zijn tamelijk getikt."
Big en egeltje waren weliswaar zeer dankbaar voor de raad van de vos, maar ze waren zo nieuwsgierig dat ze de berg toch beklommen, omdat ze simpelweg wilden weten wat hun nu precies ontbrak.
Bovenop de berg stnden enkele enorme huizen, dat ze dachten dat die God wel heel groot moest zijn. Het formaat schrikte de kleine egel wel wat af, maar de big vond dat ze geen half werk konden leveren. Dus stapten ze op het eerste huis af. Daar stond een man met een heel aparte hoed en lange zwarte lokken, die uitlegde dat het bewuste huis een synagoge was, en hij, rabbi, kon dat allemaal precies weten. De beide jonge dieren wilden nu wel heel graag eens met God kennismaken. "Is hij thuis?" Maar de rabbi verklaarde dat ze alleen binnen mochten als ze een Joodse moeder hadden.

Verder zoeken
Toen de beide vrienden beseften dat het met de rabbi en zijn Heer kwaad kersen eten was, omdat God helemaal niet vriendelijk was, doch alleen maar almachtig, begaven ze zich naar het volgende huis. Daar stond een man met een lollig lila kapje op zijn hoofd en een heel apart gewaad tot op de grond. Hij bleek een echte bisschop te zijn, dus moest hij meer kunnen vertellen. Samen met hem gingen ze de kerk binnen, en daar hoorden ze dat zonden met het bloed van Gods eigen zoon werd weggewassen. "Gatsie," riep het egeltje. "Wassen doe je met zeep." Al snel bleek evenzeer uit andere opvallende zaken dat ze
ook daar hun heil niet zouden vinden, en dus vertrokken ze snel weer. Eigenlijk hadden ze niet veel zin meer om ook nog in het
derde huis een kijkje te nemen. Doch om eindelijk aan de weet te komen wat hun onbtbrak,
liepen ze op het derde huis af. Daarvoor stond een men met een volle baard en een doek op zij hoofd gevouwen. Hij leek een beetje op de oma van de egel.
En voor de derde keer stelde de egel de vraag over de weg naar God. Aangezien deze man een mufti was, moest hij het toch wel weten.
"In deze moskee kunnen jullie Allah ontmoeten."Maar om Allah te leren kennen, moeten jullie Moslim worden . . . "
Toen ze eenmaal hadden geluisterd en beseft dat zulks ook vijfendertig keer per week een wasbeurt betekende, leek ze dat niks. Daarop ontstak de mufti in toorn en begon te bulderen over de hel en het eeuwige vuur waarin ze zouden braden. De kleine egel leek het allemaal maar niks, en mede daarom zei hij dat die Mohammed misschien helemaal geen profeet was, maar de mensen gewoon voor de gek gehouden had.
Dat was niet zo slim van de kleine egel, want nu was niemand meer vriendelijk, en kregen ze allerlei onhartelijks naar hun hoofd geslingerd. Snel gingen ze daarom naar de uitgang, maar daar
stonden ook al de rabbi en de bisschop, die hen van godslastering beschuldigden. Ze slaagden er uiteindelijk in weer thuis te komen en daar kwamen ze tot de conclusie dat hun inderdaad al die tijd iets had ontbroken: angst. Zolang ze God niet kenden, was er van angst geen sprake geweest. "Die lui daar op de Tempelberg zijn werkelijk getikt. Ik denk dat die Here God helemaal niet bestaat." En zij concludeerden dat er op dat vreemde plakaat aan hun muur één woord teveel stond.

Leerstuk met prachtige illustraties
Zodra kleine dieren, en in hun navolging kleine en grote mensen, op zoek gaan naar een opperwezen, dat in de meeste landen van de westerse wereld met het begrip God wordt omschreven, komen ze in situaties terecht, die een vreemde draai aan hun dagelijks bestaan blijken te geven, en die hun niet bepaald een verrijking van het bestaan voor ogen voeren, doch alleen dwang, gedram, haat en nijd.
Het boek van Michael Schmidt-Salomon met schitterende tekeningen van Helge Nyncke vormt een leerstuk voor iedereen, van alle leeftijden, die zich niets wil laten wijsmaken. Het heeft in Duitsland vrij veel aandacht gehad, onder meer door deelname van de auteur aan een gespreksronde over de vraag of God nu(wel of niet) bestaat. Het is zo'n fraai, verhelderend en voor jong en oud begrijpelijk, opbouwend werkstuk dat er maar snel een Nederlandse versie moet worden gerealiseerd. De illustraties nemen het grootste deel van het boek in beslag en dus is een vertaling binnen een week geregeld.

Michael Schmidt-Salomon / Helge Nyncke:
Wo bitte geht's zu Gott? fragte das kleine Ferkel — Ein Buch für alle die sich nichts vormachen lassen.
Hardcover, 36 pag., rijk geïllustreerd.
Alibri Verlag, Aschaffenburg.
ISBN 978-3-86569-030-2.
__________
Naschrift 13 juni 2011:
Voor gegevens over de Nederlandse editie zie onze bijdrage van heden.

vrijdag 30 november 2007

Schitterende biografie in een schat aan beelden over Bayreuths Gesamtkünstler Richard Wagner

Rijkdom aan beeldmateriaal
Morgen, 1 december 2007, verschijnt officieel het nieuwe boek van Wagner-specialist Walter Hansen, bedoeld ter herdenking, op 13 februari aanstaande van de 125ste sterfdag van de meester van het Gesamtkunstwerk. Het plaatwerk is echter al twee weken in de boekhandel beschikbaar. Het is een grote, smaakvol uitgevoerde paperback geworden met in totaal 180 afbeeldingen, welke een biografie in een, letterlijk en tevens figuurlijk, ruime verscheidenheid vormen.
Het Duitse begrip Bildband valt bij ons niet adequaat met één woord te omschrijven. Het persbericht meldt het — zeker in deze context zeer passende — begrip van de doorgecomponeerde vorm, die een gehele kosmos biedt: toneelscenes, aanplakbiljetten, handgeschreven mededelingen, partituren en aanverwants, naast portretten van vriend en vijand, sponsors, collega's, geliefden, echtgenotes en van de plaatsen waar het leven van Richard Wagner zich gedurende bijna zeven decennia heeft afgespeeld.

Overzichtelijk geheel
Overigens zijn er naast de bijschriften ook nog korte, verhalende teksten toegevoegd, die weliswaar in principe zijn beperkt tot wezenlijke biografische informatie over deze veelzijdige, aanbeden en evenzeer verguisde kunstenaar en anti-semiet, maar die toch diens wezen als mens en als kunstenaar belichten. Binnen dit boek vindt men echter in kort bestek alles wat nodig is om een overzichtelijk beeld te krijgen van één der meest invloedrijkste componisten uit de muziek- en theatergeschiedenis — en daadoor eveneens voor de cultuurhistorie van die tijd maatgevende figuren — omstreeks de vorige eeuwwisseling.

Walter Hansen: Richard Wagner — Sein Leben in Bildern
174 pag., grote paperback; Originalausgabe
Deutscher Taschenbuch Verlag, München; december 2007
ISBN 978-3-423-34457. Prijs € 15,—.
(Deze prijs is echter alleen geldig in de Duitse Bondsrepubliek, en in Nederland bij Boekhandel Die Weisse Rose, Amsterdam).

donderdag 29 november 2007

CULTUURTEMPEL OPGESPLITST

Ter informatie:
De afgelopen week is deze site Cultuurtempel voorzien van een vijftal afsplitsingen, die ieder voor zich een eigen groot thema uit de cultuur separaat zal behandelen. Respectievelijk zijn dat Tempel der Historie over alle aspecten der geschiedenis, Tempel der Toonkunst over alle facetten van de (vooral klassieke) muziek, Tempel der Letteren over nationale en internationale fenomenen van de literatuur, die zelf als kunst geldt, Tempel der Beeldende Kunsten, over alle elementen van de plastische kunsten, en ten slotte Tempel der Wijsbegeerte, over de vele gezichten van de filosofie van de oudheid tot heden.

Voor de goede orde:
Deze Cultuurtempel blijft gewoon bestaan, en zal de meer algemene toestanden, gebeurtenissen blijven opnemen, voorzover deze niet specifiek thuishoren op één der bovengenoemde, nieuwe sites.

vrijdag 23 november 2007

Jonathan Biss opent het Piano Festival 2008 met een gevarieerd recital op 18 januari

Optreden in Cultuurcentrum De Oosterpoort te Groningen
Op 18 januari opent de jonge Amerikaanse pianist Jonathan Biss het Piano Festival 2008 — waarover later meer in deze kolommen — met in totaal vier composities voor zijn instrument. Twee sonates van Ludwig van Beethoven, één van Franz Schubert, en daartussenin van Arnold Schönberg.
In korte tijd is deze thans 26-jarige musicus erin geslaagd zich te profileren als een veelzijdig solist, voor zowel recitals alsook voor concerten met orkest. Hij heeft een breed repertoire, vanaf de Weense klassieken tot en met twintigste eeuwse grootheden als Leoš Janáček.
Reden genoeg om uit te zien naar een optreden waarin de ooit zo omstreden Schönberg met zijn Sechs kleine Klavierstücke een plaats krijgt tussen de twee reuzen Beethoven en Schubert.
(wordt vervolgd) NB: Op Tempel der Toonkunst, laatste week van december 2007.

dinsdag 20 november 2007

Twee Vermeulen-symfonieën in de nacht van woensdag op donderdag op Radio 6

vermeulen_matthijs_8.jpgIn de nacht van woensdag 21 op donderdag 22 november tussen 02:15 uur en 06:00 uur kunt op Radio 6 in een programma van de Concertzender veel Nederlandse muziek beluisteren. Hier en daar worden de voorgestelde opnamen als historisch gekwalificeerd. Aangezien dat adjectief meer dan één betekenis heeft, moeten we het accepteren zoals het er staat.
Twee symfonieën van Matthijs Vermeulen staan op het programma: tussen 02:15 uur en 03:09 worden vier Nederlandse composities uitgevoerd. Voorafgegaan door de ouverture Cyrano de Bergerac opus 23 (1905) van Johan Wagenaar (1862-1941), zal de Derde Symfonie van Matthijs Vermeulen – Thrène et Péan uit 1921/22 –
leitner_ferdinand.jpgde ether in worden gezonden in een versie door het Residentie Orkest onder leiding van Ferdinand Leitner (1912-1996). Hier gaat het om een uitvoering die ook is te vinden in één van de twee cassettes met elk zes grammofoonplaten, die dat ensemble heeft laten verschijnen – in plaats van het gebruikelijke gedenkschrift – ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van dat muziekgezelschap dat breed uitgemeten is gevierd in 1979.
Later is een groot deel van de daarin opgenomen werken nog eens op een reeks van acht compact discs uitgebracht op het label Olympia, alle, net als de beide cassettes met langspeelplaten, getiteld Het Residentie Orkest – 400 Years of Dutch Music. Het gros van de Nederlandse werken die Radio 6 in de bovengenoemde nacht uitzendt, is afkomstig uit die reeks.
Tussen 05:00 uur en 06:00 uur staan, net als in de tussenliggende uren, ook weer drie werken van vaderlandse muziekscheppende mensen op het programma. Dat laatste uur wordt gestart met Vermeulens Vierde Symfonie, Les Victoires, gereedgekomen in 1941.
vermeulen_matthijs_14a.jpg__________

NB: Zie ook ons artikel over Matthijs Vermeulen en zijn oeuvre, eveneens van heden op deze website.
__________
Foto's: 1. Componist Matthijs Vermeulen 2. Dirigent Ferdinand Leitner.

zondag 18 november 2007

Een miskende Nederlandse grootheid eindelijk veelzijdig belicht in rijk geïllustreerd boek

Het artikel over generaal Reynders dat, naar aanleiding van het verschijnen va het boek van luitenant-kolonel EH. Brongers, op 18 november jongstleden op deze plaats integraal was opgenomen, is op dinsdag 27 november verplaatst naar de speciaal voor geschiedkundige onderwerpen gecreëerde, aan deze Cultuurtempel verwante site TEMPEL DER HISTORIE verplaatst, en u kunt dit weer vinden door op de hieronder geplaatste link te klikken, dan zou het opnieuw op uw netvlies moeten verschijnen.
http://tempelderhistorie.blogspot.com/2007/11/een-miskende-nederlandse-grootheid.html

maandag 12 november 2007

Heldere historiografische analyses van Maarten van Rossem tonen verbanden in de vorige eeuw

Europese geschiedenis van de twintigste eeuw
Vandaag verschijnt bij de nog jonge, maar zeer dynamische uitgeverij Nieuw Amsterdam het nieuwste boek van de Nederlandse historicus Maarten van Rossem, met de korte en krachtige titel Drie oorlogen. Een goed gekozen tijdstip voor een boek dat als geschenk in de komende zes weken een goede en naar mijn idee dankbare taak zal kunnen vervullen, mede door de veelzijdigheid, als Van Rossems troost in duistere dagen. De auteur beschrijft in kort bestek het relatief weinige wel en het al te vele wee in de geschiedenis van Europa gedurende de twintigste eeuw. Dat nieuwe tijdperk is in Van Rossems optiek begonnen met de aanval door de terrorist Gavrilo Princip — nomen est omen — op de troonopvolger van de Donau-monarchie Franz Ferdinand en diens wederhelft.

Kettingreactie
Hoewel achteraf nooit twee onvergelijkbare grootheden ter vergelijking naast elkaar kunnen worden gelegd — een voldongen feit enerzijds tegenover de situatie zonder die gebeurtenis — is het niet zo'n vreemde gedachte dat de twintigste eeuw in ieder geval heel anders, en hoogstwaarschijnlijk minder bloedig, zou zijn verlopen als deze fatale schoten op 28 juni 1914 te Sarajevo niet zouden zijn gelost. De Eerste Wereldoorlog zou niet, en in ieder geval niet op de voorgevallen wijze, hebben plaatsgegrepen. Realiteitszin ontberende politici en op macht beluste militairen zouden ongetwijfeld minder opgefokt zijn geweest, en de drang om een defensieve strategie om te zetten in agressief optreden [1] zou zeker een andere dimensie hebben gehad, waardoor in ieder geval de vraag gerechtvaardigd is of de ontwikkelingen tussen 1914 en 1918 in een andere constellatie eveneens zo desastreus zouden zijn geweest.
Waarschijnlijk niet, vooral omdat er geen, of in ieder geval veel minder vernederende, vredesvoorwaarden van Versailles zouden zijn geweest, en dat vormt aanleiding tot de aanname dat er voor die dolgedraaide en tot op het merg gedegenereerde idioot Adolf Hitler niet zo'n prominente rol zou zijn weggelegd.

Hitler
"Hoewel . . . het communisme en het nationaal-socialisme in ideologisch gedreven moordzucht niet essentieel van elkaar verschilden, is Hitler, meer dan enige communistische leider, de incarnatie van het politieke kwaad van de vorige eeuw geworden", schrijft Maarten van Rossem in het onderdeel met de titel die de naam draagt van dat niet alleen politieke, maar (mede als gevolg daarvan) menselijke, maatschappelijke en morele Kwaad. Daar valt geen speld tussen te krijgen. Ook rekent Van Rossem en passent af met enkele vastgeroeste, want affectieve, preoccupaties met betrekking tot de Autobahnen, die werkelijk geen ander doel hadden dan voor het verkeer. Ook met betrekking tot het overkoepelende concept dat de 'Entartete Anstreicher' zou hebben gehad houdt de schrijver ons nog even enige, tot een andere conclusie leidende, feitelijlkheden onder de neus. Heel veel toeval en tal van omstandigheden hebben geleid tot de positie van de Führer, niet tot de daaraan, ondanks alles en allen, ten onrechte toegeschreven kwaliteiten. Vooroordelen uit de weg ruimen is weliswaar een heidens werk, maar wie daartoe steeds opnieuw een poging waagt, verdient het dat zijn beschrijving daarvan serieus wordt genomen, en een geïnteresseerde doet zulks door te lezen, en niet alleen door de woorden en hun context door te nemen, maar ook al dat te vergaren (het aren lezen achter de maaier) wat de grote lijnen in de ontwikkeling van de twintigste eeuw voor ons overzichtelijk, en niet te vergeten, inzichtelijk maken.

Tweede Wereldoorlog
In het hoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog begint de auteur met de explicatie dat vier verschillende deelconflicten, op nogal uiteenlopende geografische locaties, tesamen het fenomeen vormden dat eerst Europa en vervolgens de rest van de wereld tussen 1939 en 1945 — en in tal van andere vormen nog lang daarna — in de greep zou houden. Ten eerste als gevolg van de complexiteit en de 'veelzijdigheid', later als gevolg van het onvoorstelbare leed dat zijn sporen tot in de huidige generaties op vele plaatsen ter wereld heeft nagelaten en ook nog wel even blijft doorwerken.
Van Rossem is ook kritisch ten opzichte van de stelling, die van vele kanten is geopperd, dat Duitsland gedoemd was die oorlog te verliezen. Nog afgezien van allerlei kwesties van persoonlijk prestige en relatief onbereikbare doelstellingen in die gegeven situatie, is het helemaal niet zo zeker dat die stelling zoveel hout snijdt als dikwijls ook nu nog wordt aangenomen.
Ondanks de talrijke aspecten op het politieke, sociale en intermenselijke vlak — en toen nog veelvuldiger op dat van de onmenselijkheid — die opnieuw een zeer omvangrijk boek hadden kunnen opleveren, heeft Maarten van Rossem zich beperkt tot een zeventig pagina's voor deze thematiek.

Koude Oorlog
Die beide hoofdstukken over de wereldoorlgen betreffen reeds eerder verschenen analyses van de Europese geschiedenis in de eerste helft van de twintigste eeuw. Meer dan het dubbele aantal bladzijden neemt het derde grote onderdeel van zijn boek in: de Koude Oorlog, een hoofdstuk uit Van Rossems koker dat niet eerder is gepubliceerd. In de Koude Oorlog kwamen de twee, in het laatst van de oorlog tegen Hitler-Duitsland samenwerkende, grote mogendheden lijnrecht tegenover elkaar te staan, hetgeen voor menigeen duidelijk werd toen de hoge heren elkaar in Jalta hebben ontmoet. De strijd om de — desnoods zeer foute — Duitse geleerden barstte los en heeft, tot ver na de directe afsluiting van de gewapende vijandelijkheden, ook veel terechte irritatie en kritiek gegenereerd.
Dat die Koude Oorlog zoveel meer aspecten met zich meebracht, hebben tal van lezers in de loop van hun bestaan via kranten, boeken en ethermedia meebeleefd, in tegenstelling tot veel van de gebeurtenissen die in de beide eerste afdelingen van het boek worden behandeld.

Helder betoog
Maarten van Rossem heeft niet alleen een helder — en tegelijkertijd, hoop ik, voor menigeen verhelderend — boek geschreven waarin verbanden worden gelegd, welke meer duidelijk maken dan menig gecompliceerd college van boven de materie staande geleerden. Voorts heeft hij afgezien van allerlei hoogdravende taal,
maar heeft hij de regels die daarvoor geleden in acht genomen, en daarmede een beter product afgeleverd dan zo menig andere extreem geleerde groot-mogol. Bovendien, en dat mag hier zeker niet onvermeld blijven, omdat het een zeer schaars geworden fenomeen is: Van Rossem weet wanneer je hun (datief) en wanneer je hen (accusatief — altijd na een voorzetsel!) dient te gebruiken. Alleen al daarom zou menig collega-scribent, journalist en, ja ook, Neerlandicus deze tekst eens moeten bestuderen. Men kan er, door alle boven aangestipte, positieve, elementen, van leren.

__________
Maarten van Rossem:
Drie oorlogen — Een kleine geschiedenis van de twintigste eeuw.
Amsterdam, november 2007; Nieuw Amsterdam Uitgevers.
320 pag., paperback. ISBN 978-90-468-0321-9; Prijs € 18,95.
__________
[1] Dit werd echter door degenen, die de strategie hadden uitgedokterd, in het geheel niet anders dan als defensief ervaren. Een vooral Duits fenomeen dat zich tot op de huidige in het denken van bepaalde politici in die 'cultuur' heeft gehandhaafd. De verregaand waanzinnige voorbereidingen die door een aldaar (mede)regerende tijdbom — de Minister van Binnenlandse Zaken, Wolfgang Schäuble, een in meer dan één opzicht ernstig beschadigd wezen — worden getroffen voor een soort Vierde Rijk met een nieuwe Gestapo — vanzelfsprekend niet met die naam, maar wel met meer macht dan welk voorafgaand instituut in die categorie, en opnieuw
een eigen staat binnen de staat vormend — worden door de bedenker ook slechts ervaren als niets meer of anders dan verdedigingsstrategieën in de strijd tegen het al dan niet vermeende alom aanwezige terrorisme. Miljoenen Duitsers slikken dit conglomeraat van leugens ook nu weer als Zuckerbrot voor zichzelf en de Peitsche voor de boosdoeners. In ieder geval hebben ze, net als hun ‘dienaren’ aan de regeringstafel, op dat punt niets geleerd van de geschiedenis.

woensdag 7 november 2007

Een alternatieve 'Winterreise' op basis van de oude vertrouwde van het befaamde duo Müller/Schubert

Gedurfde onderneming
Hoewel de officiële presentatie van een wereldprimeur, de nieuwe Winterreise-cd, in Nederland pas op zaterdag 24 november in het Bethaniënklooster te Amsterdam zal plaatshebben, is de wereldwijde verkoop van de compact disc op maandag 5 november gestart. Wat bij de eerste informatie, als je door de platenmaatschappij wordt voorgelicht over het bestaan ervan, een tamelijk gewaagde stunt schijnt delen uit de Liederencyclus Winterreise (opus 89, D 911 uit 1827) van Franz Schubert (1797-1828) ―, blijkt echter een weldoordacht muzikaal concept: de bijbehorende teksten en de menselijke stem zijn voor deze gelegenheid ingeruild voor een saxofoon; de pianopartij is daarentegen wel gehandhaafd.

Veelzijdige poëzie
Voordat je het tweede nummer tot het einde toe hebt beluisterd, weet je dat het experiment voorzover hat als zodanig mag worden gekwalificeerd als volkomen geslaagd moet worden beschouwd, aangezien er in deze nieuwe combinatie niet alleen een geheel eigen dynamiek is gecreëerd, maar Schuberts muzikale poëzie overeind is gebleven. Die is niet alleen gegrondvest op diens eigen muzikale genie, maar heeft de impulsen daartoe aangereikt gekregen van de tekstdichter Wilhelm Müller (1794-1827) net als Schubert een jonggestorven kunstenaar. De man is veelvuldig terzijde geschoven als een tweederangs dichter, maar dat zulks ten onrechte werd gedaan ― en tot op de huidige dag klakkeloos wordt nagekakeld en neergepend ―, blijkt alleen al uit de manier waarop hij veel kon zeggen zonder dat het direct voor iedereen duidelijk was. Dat hij daarmee een geheel eigen dimensie aan maatschappijkritische poëzie heeft meegegeven, is niet door elke lezer, en evenmin door elke censor, op het eerste gezicht als zodanig (h)erkend.

Eigen dynamiek
De poëzie van Schuberts compositie en de daaraan ― onverbrekelijk! ― verbonden sfeertekening van Müllers gedichten is een geïntegreerd bestanddeel in de aanpak die saxofonist Yuri Honing, in samenspraak met pianiste Nora Mulder, heeft gerealiseerd. De nostalgie van het winterlandschap, de weemoed en het verlangen dat het Herenleed der beide kunstenaars in de eerste decennia in de negentiende eeuw de mogelijkheid tot een poëtisch amalgaam heeft geboden, hebben zij tot in het uiterste weten te benutten.
Je mag, als uitvoerend musicus anno nu, dan ook niet door al te veel twijfel en onzekerheid worden overmand als je eenmaal het plan hebt opgevat om juist die mijlpaal uit de muziekgeschiedenis om te werken aan te passen, zeker niet als je daarbij als einddoel voor ogen en oren houdt dat het oorspronkelijke werk niet mag lijden, en je daarvoor zelfs meer interesse hoopt te genereren. Zo’n niet bepaald gering, of simpel te realiseren, doel vereist dat je als musicus van goeden huize komt.
Het betekent echter niet dat je als luisteraar ― bij alle waardering en eventueel juiste, gevoelsmatige benadering van hetgeen een houtblazer beweegt, niet alleen in de keuze zelf, maar tevens de plaats in te nemen van een vocalist ― alles ook kunt verklaren, en dat leidde tot de rechtstreekse vraag van deze zijde aan Yuri Honing met betrekking tot zijn keuze, 12 van de 24 onderdelen en de (hier andere) volgorde.

Nadere uitleg
”Nadat ik de hele Winterreise had bestudeerd, heb ik een keuze gemaakt op basis van expressie en tempo-variaties binnen de mogelijkheden van deze instrumentale versies. Omdat de inhoud van de teksten mij bekend is en het spirituele karakter ervan me na aan het hart ligt, heb ik deze in zijn algemeenheid gebruikt als uitgangspunt voor de interpretatie.
Maar tekst laat zich niet uitspreken op een saxofoon en dus heb ik de titels laten vervallen. De volgorde werd uiteindelijk bepaald door een muzikale spanningsboog, gebaseerd op de instrumentale expressies, zonder rekening te houden met de specifieke betekenis van de afzonderlijke werken.”
Die honderd woorden verschaffen een duidelijke explicatie, welke niet alleen in kort bestek de accenten daar legt waar ze horen, maar tevens van een zodanige kwaliteit is dat ook niet muzikaal-geschoolden de inhoud ervan kunnen begrijpen. Menig programma-toelichtende tekst in tal van concertprogramma’s zou er ook zo kunnen uitzien: zonder al te veel onnodig specialistische muziektermen.

Beperking als meesterschap
Ook hier geldt hetgeen in de onderhavige interpretatie van de Winterreise heel nadrukkelijk in het oor postvat ― dat de meester zich altijd weer bewijst in de beperking, en, zeker in het kader van deze muziek, zelden in aanvullingen, welke op geen enkele wijze toevoegingen zijn. Dat de verleiding daartoe altijd weer dreigt toe te slaan, is een bekend gegeven, maar die verleiding te kunnen weerstaan, is geen geringe opgave. Als je over dat vermogen blijkt te beschikken en daarbij Schubert in zijn waarde laat door met zo’n alternatief meer perspectief te bieden, dat ook nog eens voor de tot dan toe met de Winterreise onbekende luisteraar kan leiden naar de Brunnen vor dem Tore, is dat een onschatbare bijdrage aan het wezen van de muziek. Het is eveneens het bewijs voor een sterk bewustzijn en een volgroeide, hier meer dan alleen muzikale, persoonlijkheid, die het eigen fundament heeft gelegd voor een groot scala aan mogelijkheden binnen de veelzijdige vormen van schoonheid in deze muzische, en haar direct verwante vormen van, kunst.

Het resultaat
Aan de twaalf stukken uit Die Winterreise die de cd biedt, is nog een eigen interpretatie toegevoegd van Der Tod und das Mädchen eveneens een compositie van Schubert. En daarin weet het duo musici de onvermijdelijkheid van de naderende dood, en daarmee de volstrekte uitzichtloosheid, beklemmend gestalte te geven.
Yuri Honing heeft een reputatie opgebouwd als een der vooraanstaande jazzmusici van ons land, die tot dusver allerlei elementen van de pop- en de wereldmuziek in zijn werk heeft opgenomen. Door de gekozen Schubert-juwelen in een ietwat anders bekleed, luxe etui aan te bieden, heeft Yuri Mulder de eigen capaciteiten van integratie en interpretatie in niet geringe mate vergroot.
Dat zou echter, in dit kader, niet gekund hebben zonder het ingetogen, en de muzikale poëzie nadrukkelijk ondersteunende, spel van pianiste Nora Mulder. Haar specialisme is hedendaags gecomponeerde muziek, heet het in de toelichtende tekst. Schubert mag dan zo’n twee eeuwen geleden gecomponeerd hebben, zijn muziek is hedendaags, in ieder geval in de interpretatie van deze twee Nederlandse rasmusici.

Hoesteksten
Achterop de uitklaphoes van de cd staat, uitsluitend in het Engels, nog meer over Schuberts ‘songbook’ en de uitdaging, die dat werk bood voor een interpretatie met een sterk persoonlijke signatuur, echter zonder improvisatie. Dat de historische ‘samenwerking’ van Müller en Schubert overeind gebleven is, heeft u inmiddels wel begrepen. Maar dat in het geval van de uitvoering door Yuri Honing en Nora Mulder een nieuwe en hier opnieuw: alternatieve reeks Lieder ohne Worte is gecreëerd, wil ik ook nog wel even vermelden.

Het enig negatieve, doch niet-muzikale of toelichtende, element aan deze cd is dat de productiemaatschappij ons land als Holland kwalificeert, en dat getuigt helaas van (veelal randstedelijke) hoogmoedsverplettering. In die regionen is het kennelijk nog niet doorgedrongen dat ons land al bijna twee eeuwen (Koninkrijk der) Nederland(en) heet ― [the] Netherlands, Niederlande, Pays Bas. Daaraan valt niet te tornen.
____________
Winterreise. Muziek van Franz Schubert. Yuri Honing, sopraan- en tenorsaxofoon; Nora Mulder, piano. Challenge Records for Jazz in Motion, JM 75368.
Afbeeldingen:
1. Pianiste Nora Mulder en saxofonist Yuri Honing.
2. De dichter Wilhelm Müller.
3. Franz Schubert, geschilderd in het jaar van de
Winterreise (1827). Het is een doek van Anton Depauly (1798-1866), en men is er niet zeker van of het toch pas in de herfst van 1828 geheel gereed gekomen is.
4. Voorplat van de cd-hoes met daarin de alternatieve Winterreise van Nederlandse bodem.

vrijdag 2 november 2007

Les contes d’Hoffmann van Jacques Offenbach — elf keer in vijf weken bij de Nationale Reisopera

Nieuwe productie
Op zaterdag 3 november verzorgt de Nationale Reisopera de première van een nieuwe productie van Les contes d’Hoffmann, opéra-fantastique in vijf bedrijven van Jacques Offenbach. De première wordt gegeven in de Twentse Schouwburg te Enschede; de voorstelling begint om 19.30 uur. De enscenering is van de Brit Laurence Dale, die grote internationale faam als tenor heeft verworven. Bij de Nationale Reisopera zong hij de titelrol in Monteverdi’s L’ Orfeo in een regie van Erik Vos. Sinds het jaar 2000 heeft Dale zich geprofileerd als een inventieve en creatieve opera- en operetteregisseur. Hij regisseerde bij de Reisopera eerder de bejubelde productie L’ Opera Seria van Florian Gassmann. Ook de overige leden van het artistieke team van L’Opera Seria zijn terug. Decorontwerper Yannis Thavoris, kostuumontwerper Fabio Toblini en choreograaf Daniel Esteve. Nieuwkomer is lichtontwerper Declan Randall.

Oude bekenden
Onder de solisten bevindt zich een aantal bekenden van dit instituut. Zowel de Zuid-Afrikaanse sopraan Sally Silver (die de drie vrouwelijke hoofdrollen Olympia, Antonia en Giulietta voor haar rekening zal nemen) als de Amerikaanse tenor Steven Tharp (met drie rollen: Frantz, Pitichinaccio en Cochenille) maakte eerder deel uit van de cast van L’Opera Seria. Bariton Franco Pomponi, die eerder Golaud vertolkte in Pelléas et Mélisande, zingt de vier booswichten Lindorf, Coppélius, Dr. Miracle en Dapertutto. Tenor Gordon Gietz tenslotte zal de titelrol voor zijn rekening nemen. Hij was bij de NRO enige jaren geleden te horen als Prologue en Peter Quint in The Turn of the Screw van Britten.

Nieuwe stemmen
In twee rollen verwelkomt de NRO de nieuwkomers Judith Gennrich (Nicklausse) en Elizabeth Sikora (de stem van de moeder van Antonia). De cast wordt aangevuld met Nederlandse zangers. De jonge tenor Erik Slik maakt zijn Reisoperadebuut en vertolkt Nathanaël. Bariton Mattijs van de Woerd, die onder andere in L’Opera Seria en King Priam te horen was zingt Schlémil en Hermann. Oudgediende Jacques Does interpreteert de rol van Crespel.

Les contes d’Hoffmann
Dit muziekdrama is een opéra fantastique in vijf bedrijven op tekst van Jules Barbier naar het gelijknamige toneelstuk van Jules Barbier en Michel Carré.
De première op 10 februari 1881 van Les contes d’Hoffmann heeft Jacques Offenbach (1819-1880) niet meer meegemaakt. In de nacht van 4 op 5 oktober 1880 was de 61-jarig, aan jicht lijdende, componist overleden, en bleef de partituur onvoltooid. De erfgenamen hebben Ernest Giraud, die een aantal jaren daarvoor ook Bizets Carmen had voltooid, de opdracht gegeven om de partituur geschikt te maken voor opvoering. Daarmee werd Offenbachs meest geliefde werk tegelijkertijd ook zijn meest onbekende. In een poging een dramatisch aantrekkelijke opera te scheppen, hebben de meeste muziekuitgeverijen Jacques Offenbachs oorspronkelijke ideeën niet of nauwelijks als uitgangspunt gekozen. Tegenwoordig staat de wens, om zo getrouw mogelijk de ideeën van de componist te verwezenlijken, hoog in het vaandel maar ook met de beste wil ter wereld kan niet meer precies worden nagegaan hoever Offenbach met zijn oerpartituur gekomen was.

Versie van Fritz Oeser
De Nationale Reisopera heeft voor zijn productie de versie van Fritz Oeser uit 1977 gekozen. Daarin vormen het eerste en vijfde bedrijf een raamvertelling waarin de Duitse dichter, schilder en componist Ernst Theodor Amadeus Hoffmann (1776-1822) wordt geportretteerd. Als ‘flashbacks’ komen in respectievelijk het tweede, derde en vierde bedrijf De verhalen over diens drie grote liefdes ― de pop Olympia, de ziekelijke zangeres Antonia en de courtisane Giulietta ― worden gepresenteerd in flashbacks.
De partijen worden in het Frans gezongen, die voor geïnteresseerden via boventitels zijn te volgen. De duur van de voorstelling, samen met de pauzes, bedraagt drie uur.

Vocale en instrumentale uitvoerenden
Koor van de Nationale Reisopera, Orkest van het Oosten; dirigent William Lacey
HoffmannGordon Gietz (T)
Nicklausse ― Judith Gennrich (S)
Lindorf / Coppélius / Dr. Miracle / Dapertutto Franco Pomponi (B)
Cochenille / Frantz / PitichinaccioSteven Tharp (T)
Olympia / Antonia / Giulietta ―Sally Silver (S)
La voix de la mère d’AntoniaElizabeth Sikora
Nathanaël ― Erik Slik (T)
Hermann /Schlémil ― Mattijs van de Woerd (B)
Crespel ― Jacques Does
Spalanzani
Harry Nicoll

Elf voorstellingen in vijf weken — alle beginnen om 19:30 uur
Enschede, Twentse Schouwburg
zaterdag 3 november
Leeuwarden, De Harmonie
dinsdag 6 november
Sittard, Stadsschouwburg Sittard-Geleen
donderdag 8 november
Apeldoorn, Schouwburg Orpheus
zaterdag 10 november
Utrecht, Stadsschouwburg
dinsdag 13 november

Den Haag, Lucent Dans Theater
vrijdag 23 november
Drachten, De Lawei
dinsdag 27 november
Groningen, Stadsschouwburg — zaterdag 1 december
Rotterdam, Rotterdamse Schouwburg ― dinsdag 4 december
Eindhoven, Parktheater ― donderdag 6 december
Arnhem, Schouwburg ― zaterdag 8 december

___________
Afbeeldingen
1. Gordon Gietz (Hoffmann) temidden van de poppen in Spalanzani's winkel, repetitie van een scène uit het tweede bedrijf van Les contes d'Hoffmann van Jacques Offenbach. (Foto Hermann & Clärchen Baus).
2. Gordon Gietz (Hoffmann) en Sally Silver (Giulietta) tijdens een repetitie van een scène uit het vierde bedrijf van Les contes d'Hoffmann van Jacques Offenbach. (Foto Hermann & Clärchen Baus).
3. De componist Jacques Offenbach.
4. De Duitse dichter en schilder Ernst Theodor Amadeus Hoffmann.
5. Gordon Gietz (Hoffmann) en Sally Silver (Giulietta) tijdens een repetitie van een scène uit het vierde bedrijf van Les contes d'Hoffmann van Jacques Offenbach. (Foto Hermann & Clärchen Baus).

maandag 22 oktober 2007

Jeremy Menuhin begin november in Nederland met drie pianorecitals en twee etheroptredens

Drie concerten in Nederland, één in Bremen
De pianist Jeremy Menuhin is in de eerste week van november voor drie recitals in Nederland, direct daarna doet hij Bremen in Duitsland aan. De vier concerten hebben alle hetzefde programma: twee Sonates van Ludwig van Beethoven (1770-1827), vervolgens de fascinerende toonschilderingen voor piano Estampes, uit 1903, van Claude Debussy (1862-1918), en dan
worden de optredens besloten met een Sonate van Franz Schubert (1797-1828).
Al eerder, dinsdag 30 oktober, komt deze pianist naar Nederland voor de opnamen van het televisieprogramma Vrije Geluiden dat op de ochtend van zijn eerste optreden, op zondag 4 november, zal worden uitgezonden op Nederland 1, tussen 10:30 uur en 11:30 uur. Maar diezelfde morgen zit deze zelfde musicus ook nog vanaf 10:00 uur rechtstreeks in het programma Spiegelzaal van Hans van den Boom
op Radio 4, vanuit het Concertgebouw in Amsterdam.

De concerten zullen worden gegeven
op:
Zondag 4 november, aanvang 14:15 uur, te Amsterdam, in de Amvest Zaal van de Beurs van Berlage op het Damrak.
Dinsdag 6 november, aanvang 20:15 uur,
te Groningen, Kleine Zaal van Cultuurcentrum De Oosterpoort.
Donderdag 8 november, aanvang 20:15 uur, te Zutphen, in de Rabobank Buitensociëteit.
Zaterdag 10 november, aanvang 20:15 uur, te Bremen (BRD) in Die Glocke, Domsheide.
___________
Afbeeldingen
1. Pianist Jeremy Menuhin.
2. Voorzijde Cultuurcentrum De Oosterpoort te Groningen.

vrijdag 19 oktober 2007

Medea-uitvoering van de Nationale Reisopera is op zaterdag 20 oktober te beluisteren via Radio 4


In onze reactie op de Medea-voorstelling zoals die in september en de eerste helft van oktober in twaalf Nederlandse theaters is gepresenteerd door de Nationale Reisopera, hebben we reeds gewezen op de uitzonderlijke kwaliteiten die in werkelijk alle elementen van deze productie aanwezig waren. Alle oogstrelende en daaraan gekoppelde details zult u moeten missen als u naar de radio luistert, maar degenen, die deze Medea niet hebben gezien, maar wel van opera houden, willen we aanraden, op zaterdagavond 20 oktober te luisteren naar deze versie, welke wordt uitgezonden in de NPS-programmareeks Opera Live, vanaf 19:02 uur op Radio 4. Het betreft hier een opname, die werd gerealiseerd tijdens de première, op 8 september 2007, in de Twentse Schouwburg te Enschede.
Weliswaar duurt dat programma tot elf uur in de avond, maar de voorstelling die, als gevolg van de intense spanningsboog in de handeling, geen pauze verdraagt, duurde al met al nog geen twee uur. Dat betekent dat er meer zal worden geboden tijdens die radio-uitzending. Wie weet wat voor verrassends ― eventueel met betrekking tot deze opera, de uitvoering in kwestie en/of de protagonisten onder de zangers ― u daar nog te wachten staat.
__________
De foto van Hermann und Clärchen Baus toont een scene uit Medea.

dinsdag 16 oktober 2007

Shlomo Mintz met werken van Paganini — live in het Concertgebouw te Amsterdam, en op dvd

Shlomo Mintz speelt Paganini
Aanstaande zondag, 21 oktober, speelt de violist Shlomo Mintz in het Amsterdamse Concertgebouw de 24 Capricci per Violino Solo, opus 1 (ca. 1805) van Niccolò Paganini (1782-1840). Dit concert maakt deel uit van diens wereldtournee ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag. Tevens start daar de verkoop van de Challenge-dvd waarop Mintz Paganini's Eerste Concert speelt.


De violist Shlomo Mintz heeft tien jaar geleden het voorrecht gehad om op Paganini's eigen viool — die in Genua in een verzegelde vitrine wordt bewaard als de kroonjuwelen in de Londense Tower — diens Eerste Concert voor viool en orkest, opus 6, uit 1818/18 te spelen met het Limburgs Symfonie Orkest onder leiding van Yoel Levi. Die gebeurtenis van 6 september 1997 is nu als dvd uitgebracht, voorafgegaan door een kort inleiding waarin de kennismaking met het instrument, Il Cannone, en de bijzondere wijze van vervoer door de lucht, onder zware bewaking — verzekerd voor tal van miljoenen —, aankomst in Maastricht en een korte impressie van de repetitie met orkest — waarvan Shlomo Mintz in de jaren 1995-1998 artistiek adviseur en eerste gastdirigent was — nader worden belicht.

De componist — jonge jaren
De beroemdste van alle virtuozen op strijkstok en snaren was, en is nog altijd, Niccolò Paganini (1782-1840). Als van geen andere instrumentalist van die tijd gold zijn techniek van dubbelgrepen, staccato, flageoletten en het pizzicato van de linkerhand, als duivelskunst. Dat hij al heel jong — negen jaar oud — voor het eerst een optreden had verzorgd, heeft die faam alleen maar versterkt.
Paganini werd op 27 oktober 1782 in Genua geboren en kreeg al hee jong mandolinelessen. Eerste vioollessen daarentegen kreeg hij, in zijn geboortestad, van de dirigent en operacomponist Francesco Gnecco (1768-1810, of 1811), een studie welke hij bij Alessandro Rolla (1757-1841) in Parma afrondde. Reeds als elfjarige verliet hij het ouderlijk huis om in Noord-Italiaanse plaatsen als solist op te treden.
In 1804 keerde hij naar Genua terug en het jaar daarop kreeg hij een aanstelling te Lucca, als soloviolist en kapelmeester bij vorstin Elisa Bacchiocchi (1777-1820), de zuster van Napoleon. Met haar onderhield hij tevens vriendschappelijke betrekkingen.

Europese tournee — laatste periode
Toen deze dame in 1809 echter ook nog groothertogin van Toscane werd en om die reden naar Florence verhuisde, kwam er een eind aan het dienstverband en ging Paganini op tournee door geheel Europa. Met name in Wenen, Duitsland, Parijs, Engeland, Ierland en Schotland trad hij
op met overweldigend succes en voor extreme honoraria.
Om gezondheidsredenen moest hij zich later terugtrekken in het milde klimaat van Zuid-Frankrijk. De laatste winter van zijn leven bracht hij in Nice door, waar hij op 27 mei 1840 stierf. Hij liet niet alleen een enorm vermogen in geld na, maar voorts een aantal kostbare Stradivari-strijkinstrumenten, waaronder zijn geliefde Guarneri-del-Gesù uit 1743, bijgenaamd Il Cannone, die hij aan zijn geboortestad heeft nagelaten. Eens per jaar krijgt één van de beroemdste vioolvirtuozen toestemming om ter ere van wijlen de grootmeester dit instrument te bespelen.

Werken voor viool
Paganini heeft zijn composities voor viool uitsluitend voor eigen gebruik geschreven, en hij waakte er dan ook voor dat niemand anders deze te zien kreeg. Solopartijen en orkestpartijen werden dan ook steeds separaat bewaard. Hij heeft het zelfs wel gepresteerd om tijdens de generale repetitie voor een concert tegen de overige musici te zeggen: "En zo voort, en zo voort", waardoor dezen nog weinig over de solopartij wisten en 's avonds tijdens het concert alsnog een verrassing kregen.
Tijdens zijn leven verschenen alleen de 24 Capricci per Violino Solo, opus 1, in druk. Van de zes vioolconcerten zijn het vierde en het zesde pas geruime tijd na zijn overlijden ontdekt. Al deze, maar op de eerste plaats het Eerste Concert,
bieden in ruime mate mogelijheden voor de solist om dat virtuozendom op het instrument viool tot volle ontplooiing te brengen.

Andere bezetting
De composities voor gitaar, die Niccolò Paganini heeft geschreven, bewijzen eveneens dat hij een musicus in hart en nieren was, want daarin klikt nog heel wat meer dan alleen maar dat virtuozendom in die éne zin. Hij heeft zes Sonates voor gitaar gecomponeerd en eveneens zes Sonates voor gitaar en viool, 60 Variaties voor viool en gitaar, en nog veel kamermuziek voor andere bezetting. Stilisisch gezien behoort dat alles tot de meest bloeiende periode der Romantiek. Zijn bovengenoemde opus 1 — dat Shlomo Mintz tijdens zijn wereldtournee speelt — wordt beschouwd als een Hogeschool voor de Violistiek. Robert Schumann (1810-1856), Franz Liszt (1811-1886) en Boris Blacher (1903-1975) hebben deze capriccio's bewerkt of op thema's daaruit gevarieerd. Een van de bekendste bewerkingen is die
op het capriccio in a-klein, door Sergej Rachmaninov (1873-1943) in de 24 Paganini-variaties voor piano en orkest, opus 43, uit 1934.
____________
Niccolò Paganini: Vioolconcerto nr. 1, opus 6 (1817/18) — Shlomo Mintz, viool: Paganini's Il Cannone uit Cremona 1743; Limburgs Symfonie Orkest, dirigent Yoel Levi (1997); Challenge Classics-dvd CC72197 (november 2007; verkoop start 21 oktober in het Concertgebouw te Amsterdam).
____________
De foto van Shlomo Mintz is overgenomen van de achterzijde van de Challenge-dvd; de tekening van Niccolò Paganini is van Jarko Aikens, Groningen 1985; uit het archief van Heinz Wallisch.

donderdag 11 oktober 2007

Over het Wilhelmus, het zaaien van wind en het vervolgens oogsten van een plebejische storm


Wie wind zaait, zal storm oogsten. Dit bleek eens te meer aan het einde van de verkiezing van het nieuwe Nederlandse volkslied. Hoezeer de VPRO ook gelijk heeft met de stelling dat het Wilhemus niet meer van deze tijd is — dat geldt immers ook, uiterlijk na het einde van de Tweede Wereldoorlog, voor het anachronisme dat koningschap wordt genoemd —, het cultusnummer dat nu is verkozen van een Bauer die bepaald geen Dichter is, van een groot kind dat, als bijna geen ander, er onophoudelijk kwellend op los kweelt, mag in geen enkel opzicht aanspraak maken op niveau of kwaliteit. Een volkslied heeft, als alles volgens de regelen der kunst verloopt, zeker aspecten die een volk moeten aanspreken, maar te menen dat een platvloerse meedeiner aanspraak mag maken op een plaats in ons culturele erfgoed, is een misvatting van de ergste orde. Zulks hoort dan ook onder geen enkel beding te worden aangenomen door een minster voor culturele zaken, die reeds heeft bewezen dat het begrip ruggengaat niet in zijn woordenboek voorkomt, en het hazenpad te kiezen als aller aandacht op hem wordt gericht. Derhalve zal hij het ook wel accepteren, al zou hij het voor aller ogen in een speciaal gereedstaande container voor grof vuil moeten deponeren, om nu eindelijk ook eens een nuttige, zinrijke daad te stellen.
Bijna altijd wordt, door zichzelf slim beschouwenden, tegengeworpen dat over smaak nu eenmaal niet te twisten zou zijn. Ook dat is een aloude misvatting: over smaak kun je eindeloos en soms zelfs zinvol twisten, over smakeloosheid daarentegen nooit. Oscar Wilde wist dat ruim een eeuw geleden reeds.





Betekenisloos
Ach, wat heb ik, sedert de inhoud van dat Wilhelmus eenmaal goed tot me was doorgedrongen, gescholden en dat oude nummer als een fascistoïde strijdlied bestempeld. Ik heb dan ook consequent geweigerd om klakkeloos te gaan staan [1], waar dan ook en wanneer dan ook, dat saaie nummer ten beste werd gegeven. Nog nooit ben ik iemand tegengekomen die me in redelijkheid heeft kunnen uitleggen wat daarvan het nut of de zin, dan wel de aanvaardbare betekenis zou zijn. [2] "Voor vaderland en leverworst," meldde een onderwijzeres ons, 31 jongens in de eerste klas van de lagere school in 1951, maar dat wezen bleek reeds de eerste schooldag in het geheel niet koosjer in de kop, maar werd toch op kinderen losgelaten.
Doch dat ik, als rechtgeaard republikein en tegenstander van alles wat maar naar erfelijke adel riekt — geenszins echter naar geestelijke, morele en maatschappelijke adel —, nog eens in de bres zou springen vóór dat Wilhelmus, zij het met de restrictie: zolang er niet iets beters voor in de plaats komt, had ik ook niet kunnen dromen.


Vaderland ter Hulpe
Vandaar dat ik uit mijn archief snel even een keurige druk op mooi papier — vele honderden exemplaren daarvan heb ik ooit uit de nalatenschap van één mijner uitgevers voor de papiervernietiging kunnen redden; enkele honderden heb ik er nog over, welke nu maar naarstiglijk als een daad van Vaderland ter Hulpe of iets in dier voege, moeten worden (gedivulgeerd [3]), indachtig het logo van anno ooit, zoals gehanteerd door uitgeverij De Spaarnestad Haarlem, met als kort acrostichon: Divulgando Servimus Humanitati — door het verbreiden (onder het volk) dienen wij de mensheid — , want waar de kwaliteit in het geding is, komt zelfs een republikein in opstand als het (relatief) goede (tijdelijk) dient te worden geconserveerd, ook als dat goede een dubieus-monarchistische achtergrond heeft, doch dreigt te worden vervangen door iets dat is ontstaan uit commerciële leeghoofdigheid.


(wordt zonder twijfel binnenkort vervolgd)


______________
[1] Op dat thema kom ik binnenkort in (een) separate bijdrage(n) terug, anders wordt het, zelfs in mijn optiek, iets te zeer een kwestie van afdwalen.
[2] De voormalige CdK in de provincie Groningen, Henk Vonhoff, die geruime tijd voordien leraar geschiedenis is geweest, vertelde eens in een interview met één van onze opiniebladen dat hij van zijn leerlingen eiste dat zij alle vijftien coupletten van het Wilhelmus uit het hoofd kenden, omdat dit naar zijn stellige overtuiging historisch bewustzijn zou kweken. Hoe wereldvreemd kan ook een historicus zijn. De overgrote meerderheid van scholieren kun je op die manier de belangstelling voor geschiedenis definitief vergallen. En zo waren er veel neerlandici die meenden dat je mensen liefde voor de letteren bijbrengt door de Camera Obscura als lesmateriaal voor zinsontleding te misbruiken.
[3] Het woord divulgeren (van dat Latijnse werkwoord divulgare) is, merkwaardigerwijze, in het Nederlands, althans zoals dat door Van Dale wordt weergegeven, niet opgenomen.